van veel wat

Hello!

Wees welkom op deze pagina. Hij is nog jong, hij is nog fris. Maar we gaan er keihard tegen aan! 


zondag 31 oktober 2021

vooroordelen


 Ik ben zogenaamd de bourgeois meid, de chiquétrut. Denk es effe na: in mijn jeugd deden we bepaalde zaken die bourgeois lijken maar: welk kind kiest daarvoor? Al vind ik die ervaringen écht leuk. 
De eerste keer toen ik besefte als een verwend snotjoenk beschouwd te worden was op atletiek in Aartselaar. Zat op de Dams en ging sporten in Oilily. Uitgelachen worden. Het werd nog erger wanneer ik Franstalige joodse meiden meenam, had dan helemaal afgedaan. Dit gaat niet over joods zijn. Het was het Frans dat niet kon. 
De trut van de Jan Van Rijswijcklaan. 
Op het unief werd het beter. Mijn ex kon soms kwaad worden als ik over m’n jeugd vertelde, verder: ça va. Buiten mijn ex verweet bijna niemand me meer een bourgeois trut te zijn. Langzaam werd ik ook linkser. Linkser worden, dat heeft een ex me geleerd tijdens nachtenlange discussies. 
Mijn eerste job als leerkracht: alweer werd ik die trutsel want ik droeg een Delvaux tas. Denk es effe na: ik had die tas gekregen van m’n moeder die al zo oud was. Ik draag hem nog steeds. « Nen dikke Fuck You », zeg ik nu. Ik draag die tas graag, van alle tassen is het diegene die het langste meegaat. Andere tassen gingen stuk, die Delvaux tas kocht m’n moeder eind jaren ‘80 en ik kreeg hem als studentje. 
Een bourgeois trutje. Ik zeg nee. Sommige dingen zijn wel duur, ik kocht ze altijd op mijn manier: outlet, tweedehands. Bepaalde zaken gekregen. Op mijn manier. iPhones. Als er iemand denkt dat ik meer dan 1000 euro besteedt aan een gsm??? De duurste gsm-aankoop was 450 euro, of misschien 350 euro. Daarna niet meer dan 300 euro. 
Twee ECHTE decadente dingen gedaan: een etentje in Tokio van om en bij de 100 euro, voor m’n 40e verjaardag ook zoiets betaald, iets meer dan 200 euro voor twee personen. 
Een ex vindt het verschrikkelijk als ik vertel over een safarireis: « decadente trut » Denk es na, ik ga geen 1500 euro betalen voor een driedaagse safari. Het was 750 euro voor vier dagen: vervoer, safariticket, eten, drank (exclusief alcohol. Hihi: ik werd getrakteerd, ook weer een verhaal) en overnachting. Fooi niet meegerekend. Ik kan dit niet decadent noemen. 

Op dit moment ben ik platzak. Platzak met leuke herinneringen. Noem mij alsjeblieft geen bourgeoiskind van de Dams. Leuke warme herinneringen aan die school. 









een tijd waarin Prince niet online wou zijn

 Live Sheila E. zien, Larry Graham meermaals, Maceo Parker, twee keer. De vrienden van Prince zag je gewoon, geen vragen bij stellen. 
Prince, iedere keer als hij kwam. Zonder ticket twee keer tot in het diepste in het donkerste van de nacht gewacht voor een concertdeur. Met haast tranen opgeven: we geraken niet meer binnen. Vele nachten ook wakker gebleven voor de afterparty, de voorparty. It Ain’t Over. 

Onze dappere held wou niet dat men foto’s nam, video’s maakte. Van elke live moment genoten, na een concert toch maar kijken of er video-opnames waren. In Wenen had ik de moed om een foto van De Kus te trekken. In Kyoto ook in het Japanse historische manga museum ‘No Pictures’, Katie maakte ze toch. Bij Prince had ik die moed niet: als je 120 euro betaalt voor een Golden Circle ticket, wie wilt er dan buitengekickt worden? 

Na een concert keek ik snel op het internet, op zoek naar video-opnames: er zal wel iemand onder de concertgangers zo dapper geweest zijn? Vond video-opnames en zette ze op een site waarvan ik wist: ze blijven er. Vimeo. Noemde hem P. Bijna alles over hem werd zo snel mogelijk van het internet gehaald, het werd een oefening van: op welke manier kan ik die opnames online bewaren? Ze staan nog op die site. 
Is dit een rare gedachte? Misschien heb ik de oudste live opnames van hem op die site? Ik ga es zoeken. 




Een drumster met Prince



 Waar komt de naam Vanity vandaan? Er zijn naar ik weet twee verhalen: Prince zag zijn evenbeeld en noemde het Canadese model Vanity. Of een ander vertelsel: hij wilde haar vernoemen naar het vrouwelijke geslachtsdeel. Daar paste ze voor. De 6 komt van drie meiden en het aantal borsten, of course: His Royal Badnesss. Hij schreef hun songs, naar de buitenwereld toe leek het alsof ze het zelf deden.

Prince en zijn vrouwen. 

Sheila E. Voor haar was het liefde op het eerste gezicht, a big love. Het waren zijn ogen, schreef ze: vlammende ogen. Smaken verschillen, ik vind Prince ook heel aantrekkelijk. 
Sheila E. is een getalenteerde drumster, samen met Vanity en nog andere ladies een van mijn favoriete Prince dames. Trouwens, Nicole Richie is biologisch gerelateerd, ze spreekt over uncle Michael Jackson, uncle Prince. Ach, ik had een nonkel Bob, en niet de beroemde. 
 Je hebt Prince, Prince and The Revolution met onder meer Wendy en Lisa. Prince and The New Power of  Generation. NPG. Sheila E. was doorgaans van de partij: Erotic City is een B-kant duet, The Glamorous Life en A Love Bizarre werden haar songs. Op A Love Bizarre kan je Prince op de achtergrond horen zingen. 
Twee keer zag ik hem live A Love Bizarre vertolken, hét moment waarin mensen op het podium werden getrokken. Met mijn Golden Circle ticket hopen om ook op het podium te komen. Niet gelukt. Met Larry Graham, een vriend van hem, wél twee keer op het samen op het podium gedanst. Maar dat is een ander verhaal. 




in het vrije Letterland

 Dit gaat niet over het Instituut Dames van het Christelijke Onderwijs: mocht ik er geen leuke tijd hebben gehad, ik zou er niet met veel liefde over hebben geschreven. Ook niet over Hibernia Steinerschool op het Zuid. De Dams, de Steiners, Geen klachten over Unief Gent. Johannesschool in de kleuterklas: Leuke tijden. 
Er is een school waar ik niet graag over schrijf, de naam vernoem ik niet. Zes was ik, de op een na jongste en de kleinste van de klas. Altijd maar te horen krijgen: « Stefanie is te jong. », de allerjongste kreeg dit ook te vaak te horen. 
Mijn opstellen:
Ik wil het DUIDELIJK vertellen want dit doe je niet met een kind: over de kinderboerderij moesten we schrijven. De hele klas, uitgezonderd Katie schreven: ‘we gingen gisteren naar de kinderboerderij. We zagen etc.’ Ik wou lekker creatief zijn: ‘Er was es een meisje die Stefanie heet. Ze ging naar de kinderboerderij etc. » Ik kreeg een 0. Ze heeft de opdracht niet begrepen. Wtf? Creatief zijn werd onbeloond, én ik weet dat onbeloond zijn geen bestaand woord is maar het mag van mij. Bestaanbare woorden. En zelfs als het niet bestaand kan zijn, who cares? Privé mag alles. Aan mijn leerlingen zal ik dit niet aanleren, privé mag het. 

Waarom ik dit verhaal vertel: via messenger werd ik aangevallen omwille van zelfuitgevonden spreekwoorden, woorden die geen Nederlands zijn, een zinsbouw die anders is. Het was niet de eerste keer dat diezelfde troelamie, hupeldepupsel me aanviel omwille van zelfuitgevonden woorden, andere spreekwoorden die niet in het woordenboek staan, die je niet in de ANS kan terugvinden. 
Ik voelde me weer die zesjarige, met haar opstel, waar ze een 0 voor kreeg. Onbeloofde creativiteit. 
Het beste antwoord hierop werd kreeg ik van Sneeuwwitje: « Waar houden mensen zich met bezig? » Kort, krachtig. Zo waar! 
Privé vind ik het niet leuk om verbeterd te worden: met taal moet je willen en kunnen spelen. Op m’n werk doe ik het wel zoals het moet, de ANS, het woordenboek erbij. Het Groene Boekje. In mijn vrije tijd doe ik het anders. 

Mijn antwoord aan de ‘we blijven in de box’-mensen: fok es af. 

Dìt is het boek dat me echt aan het schrijven zette. Een boek vol woordspelingen, zinspelingen. 





In Istanbul met Prince

Er zijn veel verhalen met my Purple Love. 
Dit meisje gaat graag alleen op reis: Istanbul werd het. Typisch: net na ik m’n reis boekte was er een aanslag en nochtans had ik gezocht en gevraagd of het veilig was. Na ik m’n vlucht had geboekt was er een aanslag. Euhm. Met bange handjes ging ik naar Istanbul. 
Een collega volgde me aldus op de voet: een klein meisje alleen in Istanbul. 
Mijn ouders waren er gerust in, de enige reis die mijn vader niet tof vond was: alleen zijn in Rio de Janeiro. Begrijp ik. Of m’n moeder ooit ongerust was over een reis, weet ik niet. “Mama, papa, ik ga naar een favela in Rio de Janeiro!” “Ah ja?”. Achteraf huilend aan de telefoon: “Je weet niet wat ik heb gezien!” 

In Istanbul. De grootste liefde van Prince stierf toen ik er was. Vanity. Ze heeft liever haar eigen naam: Denise Matthews. Sorry, voor mij is ze Vanity. Prachtige vrouw. Zij ging de rol spelen van Appolonia spelen in Purple Rain, maar je weet hoe het kan gaan in de liefde. 



 


Prince bloggen

 Een ex zei me dat ik m’n beloftes nooit nakom. Wat? Tot zes november blog ik over Prince, en ik hoop dat het interessant blijft. Na 6 november zeg ik waarom. 

Electric Intercourse: 

Kennen jullie de film of de soundtrack van Purple Rain? The Beautiful Ones is mijn favo Princenummer (fok es off als dit alweer niet goed geschreven is). Prince, my purple dahlin (nogmaals: fok es off: privé schrijf ik zoals ik wil) verkoos dit fantastische nummer niet uit te brengen, The Beautiful Ones ging boven een Electric Intercourse.  
Hij heeft laatstgenoemde een keer gespeeld, in First Avenue, Minnealopolis. 







zaterdag 30 oktober 2021

de reismicrobe

 Ik reis graag, dat moge duidelijk zijn. Met mijn ouders gingen we ieder jaar naar Knokke. Ja, het Zoute. Drie weken zaten we op een appartement aldaar, mijn oma kwam de derde week. Het Zouteverhaal werd even onderbroken door Saint Raphaël aan de Azurenkust. En Parijs. Ook door Wenduine met m’n oma. 
In het wildseizoen gingen we naar Durbuy, Sanglier Des Ardennes, gastronomisch dineren. Op m’n derde at ik met drie kussens onder m’n zitvlak een zevengangen menu. 
Een collega van me met jonge kinderen haalde er inspiratie uit: “Stefanie, hoe deden je ouders dat?” Hij voedt zijn kinderen ongeveer op zoals ik ben opgevoed: ze gaan ook naar het theater, naar culturele evenementen, doen op restaurant mee met de volwassenen. 

Vanaf m’n negende deden we Club vakanties: Club Med, Club Aldiana, als kind is dat fantastisch: een vakantie zonder zorgen met veel sport. Ik ben nooit sportief geweest maar ik deed het wel. Ik vind het nog altijd belachelijk als er mensen beweren dat ik niet aan sport deed. 
Over reizen. We deden citytrips: naar Londen, naar Amsterdam, naar New York. Mijn moeder liep er een marathon. Een vriend heb ik Singapore Airlines aangeraden! En hij deed het! 
Vanaf m’n vijftiende ging ik op jeugdvakanties: interrail door Italië, watersportvakanties in Zuid-Frankrijk. Sporku was leuk, Jeugd 2000 was niet tof: al die snobs met hun Calvin Klein petje: ‘We gaan naar Alma toe’ werd er vaak gezongen, bijna huilend hing ik aan de telefoon: “Ik wil hier weg.” 
Na de au pair nachtmerrie vonden m’n ouders me zo zielig dat ze leuke reizen in elkaar flansten: de Documenta in Kassel (een festijn van Hedendaagse Kunst) en alleen naar Amsterdam! Ik ben hen er zo dankbaar voor, toén heb ik geleerd om alleen te reizen: merci, mama, papa! Je leert alleen je plan te trekken. 
Scoutskampen, Bloso zat er sowieso bij. 
Veel reizen en ik mis het. 

De leukste reizen: 
Met mijn ouders: Zwitserland, Pontresina (een dorpje naast Saint Moritz), daar heb ik leren golfen. Daar heb ik na een seconde op het tennisveld te staan de tennisles meteen opgegeven. Er vloog een bal in mijn richting: “Nee, ik doe het niet.” In de Zwitserse bergen trekken, rafting en ondeugend met een vriendin naar Saint Moritz gaan. Alleen die vakantie is een blogbericht waardig. 
Op jeugdvakantie: de interrail door Italië natuurlijk. Natuurlijk. Soms zoek ik mensen van die reis terug op het internet. Afgezien van een Lierse onderneemster heb ik niemand teruggevonden. Samen door Italië trekken schept een band. 
Alleen: Tokio en Oost-Afrika: Rwanda, op safari in Tanzania en Zanzibar. De balans tussen “Wow!” en huilen. Vooral “Wow!” 
Met vrienden: dit is moeilijk te kiezen. Heb ik eigenlijk nooit over nagedacht, met welke vriend was de beste reis? 
Met wie ik qua idee reizen het beste aansloot was de vriend met wie ik naar Parijs, Wenen en Bratislava ging. En ook een ex, Parijs en Zuid-Frankrijk. Vakanties vol cultuur en gastronomie (dat is Katie) Én lectuur (Germanistje). Ook af en toe ondeugend mogen zijn: zo heb ik in Wenen de originele Kus getrokken van Klimt, dat mocht niet. De suppoost: “Heb jij dat schilderij getrokken?” Ik: “Nee, hoor.” Hij nam m’n gsm en het eerste wat hij zag was dat schilderij. Hij kon er wel om lachen. 

Een reis die ik iedereen kan aanraden? Doe es wild, ga op safari. 









vrijdag 29 oktober 2021

Zeg niks tegen iemand als je diens achtergrond niet kent

 17 was ik, ging au pair zijn in Corsica, voor twee maanden. Na twee weken was ik al terug. Op school kreeg ik te horen: “We dachten het wel dat je het niet kon.” 
Wat zij niet weten: het waren nudisten, ik wist dat niet. Ze gingen vaak naar een nudistencamping, de eerste dag al toen ik er aankwam. Ik ben geen nudist en was zeventien. 
Wat zij niet weten: ik kreeg nauwelijks vrij, toen ik vrij had, kwamen ze ‘toevallig’ langs. 
Ook niet geweten: ik leende een fiets om naar een dancing te gaan. De snelweg moest ik op. Onderweg merkte ik: een fiets zonder remmen. Ik ben Katie dus ik zet door, proberen zonder remmen. Op de terugweg in het donker: geen licht. Dat was mijn breekpunt. Naast de autosnelweg op de berm stappen. In het donker, in Corsica. Zeventien. 
“We wisten wel dat je het niet kon.”
Zelf een weg zoeken om naar huis te gaan. Sanny, mijn zwemlerares (als ik kleuter kreeg ik zwemlessen), duiklerares (ik moest leren duiken als tiener) ben ik eeuwig dankbaar. Toevallig was zij ook in Corsica, via haar kwam ik weer in België.
Later klacht ingediend met mijn ouders op het bureau. En mijn ouders gaven Sanny bloemen. 

Onlangs, over Rwanda. 
Alweer: denk es na: ik ben geadopteerd, een Rwandees adoptiekind. Het was de eerste keer in Rwanda. 
Denk es na: ik ben voornamelijk Tutsi. Hallo? 
En ook: Lies Lefever, de comedienne die is gestorven, voor mij blijft ze Liesje. Zij ging ook weer naar Rwanda. Ik ken haar sinds altijd, eigenlijk. Via haar moeder kwam ik naar België. Haar moeder wou niet dat ik naar Rwanda ging maar als ik dan toch ging, bezoek het genocidemuseum. Liesje nam ik in m’n zak mee, in Rwanda. 
Je kan moeilijk aan me vragen om rationeel erover te blijven. 

Denk es na alvorens je iets zegt of schrijft. 

Peace and be wild





olijk én belachelijk wezen in Kigali

 Ik haal mezelf vanalles op het hoofd: drie reizen plannen die je in een korte tijd gaat doen en achteraf: ik ben zo moe, ik heb een jetlag. In elk geval, deed ik het opnieuw: Rwanda, Tanzania en Zanzibar. 
Niet van mijn gewoontes: met het plannen van die reis ben ik anderhalf jaar bezig geweest. Mijn gevoel zei me: “Je gaat niet honderdetot naar Sub Sahara Afrika.” Ik raad het niemand aan dat te doen, zelfs met mijn planning kwam ik voor zoveel onverwachtse momenten. 
Én heel toevallig, de reis was al geboekt, een collega/vriendin: “Hey, ik ben dan ook in Kigali!” Of all places. 
In Kigali logeerde ik in Heaven Boutique Hotel. Fantastisch hotel, Kigali is ook zo mooi! Iedere dag schreef ik naar mijn ouders, naar twee vrienden. Die sms’en over Kigali, Tanzania, Zanzibar zijn er nog.
De dag voor ik naar Tanzania vertrok logeerde ik bij een Antwerpse dame. “Ik heb met mijn collega/vriendin afgesproken.” “Ok, maakt niet om hoe laat je thuiskomt, en ik ga ook uit.” 
Onderweg in de taxi, Kigali is best groot, merkte ik dat ik mijn bankkaart vergeten was. We waren al te ver om terug te keren. In het restaurant van Heaven: “Ik ben mijn bankkaart vergeten.” “Geen probleem, ik heb mijn kaart.” Rijkelijk tafelen, de Rwandese  keuken is superlekker. Ach ja, de word komt nu uit: in Kigali heb ik best veel roomservice besteld. Normaal doe ik dat niet. In Kigali kwam ik zo laat toe en had zo’n honger: roomservice. De toon werd toen gezet. 
Maar dus terug naar de avond voor Tanzania. Rijkelijk tafelen, voluit praten: “Rwandezen zijn zo mooi!” Een waarlijke gedachte. Toen ik landde in Rwanda voelde ik me geïntimideerd. Onze ober leek ook een fotomodel. 
De rekening kwam: ze bleek een verkeerde kaart te hebben. Collega/vriendin beloofde om de volgende dag terug te komen, het pakte niet. Wat moet je dan doen? Je bent in Rwanda, ver van huis, de volgende dag wou ik naar Tanzania. “We can put it on your room.” “I already checked out.” 
Klaar en helder denken. Via internet kan ik misschien betalen, gewoon maar proberen, en het lukte. 
Diezelfde avond hebben ik en mijn collega/vriendin zo hard gelachen, de spanning “Wat moeten we doen in een land ver weg?” moest een weg vinden, zo hard gelachen aan het zwembad van het hotel dat we waarschijnlijk alle mensen hebben wakker gemaakt. Normaal letten we op onze manieren, toen: nee. Niemand riep er: “Hou het effe stiller!” 





Olijk en angstig wezen in Tanzania




Mijn beste trip ooit. Ever. De safari. Althans, het begon niet goed. 

Iets waar ik nu, met mondjesmaat (kleine mondjes), om kan lachen: hetgene wat bijna niemand kan vertellen, hey ik ben Stef, ik maak rare dingen mee, wat bijna niemand kan vertellen: net voor de eerste dag safari op het land werd ik bijna door een vliegtuig weggemaaid. 
Onze gids stelde voor om op een veld rond te lopen, zo apart als ik ben, ging ik op m’n eentje. 
Het werd tijd om terug te keren, toevallig keek ik opzij en zag een vliegtuig. Recht op me afkomen. 
Dit meisje hier heeft atletiek gedaan, lopen kàn ik. Mijn persoonlijke record was, denk ik, op dat moment: rennen voor je leven. 
Een kwartier was ik er niet goed van, én spreek me er niet op aan. Al begrijp ik dat het heel grappig is. 
De eerste giraffen zien, op safari zie je òveral giraffen, gingen aan me voorbij. Pas na een kwartier kon ik genieten van de beste trip Ever. Dankzij mij staat er voor dat safaripark een bord met: let op voor aankomende vliegtuigen.



Ook in Tanzania, dierenliefhebbers: lees dit niet. 
We vonden het leuk om in het naburige dorpje bier te drinken. Heel lieve mensen, het bier werd er geschonken. “Santé!” 
Een safarigenoot merkte op dat een kip in een hok andere kippen de pest aandeed, zeg gewoon mishandelde. Wij: “Dit kan niet!” In de hoop dat de andere kippen rustig konden blijven, deden we verontwaardig ons verhaal. Opgelucht dat er een dame kwam naar het kippenhok: high five! 
Die ene agressieve kip werd de nek omgedraaid. Daar zaten we dan met onze ‘high five’. Bloed overal, hadden we maar niks gezegd. Ze werd op de barbecue gegooid: “No, thank you.” 





donderdag 28 oktober 2021

olijk, op het allereerste Europese Jeugdfilmfestival

We schrijven februari 1989. Het eerste Europese Jeugdfilmfestival in Antwerpen. In de Jeugdbioscoop van de Cartoon’s. Je moest auditie doen om geselecteerd te worden om als jurylid te horen bij de jeugdjury. Sommige mensen schreven naar de krant, mijn auditie was kort: ze hoort erbij, ik zag sowieso veel films in de Cartoon’s. Ook al was ik 9 jaar. 

Het jongste kinderjurylid werd ik.

Je kan het een pest noemen, voor ons was het een luxe: 2 films bekijken elke dag in een krokusvakantie. Erna over praten. Een middag werden we op pannenkoeken getrakteerd in een bekende pannenkoekenzaak. 

Op het Theaterplein kozen we voor ons de beste film en wie het mocht aankondigen. Alle namen in een potje, dat soort dingen. Ik ging naar de wc, kwam terug van het sanitair (de pot klinkt te plat in de context) en hoorde: “Jij bent het!” De film: De Zomer van De Valk. 

Zo’n moment vergeet je noooooit meer. De pers erbij. Toenertijd had ik een, typisch Anwerpse grote bek, die werd heel stilletjes voor de camera’s. Een microfoon voor je en vertellen op een leesbrief wat de kinderjurylid had verkozen. Eerst stokte ik, daarna zei men mij dat het vlot ging. 

Leuke jeugdherinnering: ik kwam ermee op televisie, in de kranten. Wat me vooral bijblijft is: veel films zien! 



woensdag 27 oktober 2021

back @work in Brussel na afwezigheidsmaanden

 Begin deze week begon ik weer in Brussel te werken na een langdurige afwezigheid, de reden hiervoor staat op m’n blog: soms lukt het je gewoon niet meer door externe factoren. 
De eerste dag was het wénnen: het gependel Antwerpen - Brussel. Die belachelijke drukte op het openbaar vervoer: jezelf de Brusselse metro inproppen, ik was het een beetje verleerd. Een waar gependel is het: tram, trein, tram, metro. Dat ik dit ooit in een promofilmpje relaxed noemde. 
Het schrijnende beeld van daklozen op matrassen in het metrostation. Tijdens m’n afwezigheid kwam ik zelden nog in Brussel. Jaren terug, was het zelfs schrijnender in Brussel. Rijen met matrassen rond het Zuidstation, vaak zag je mensen op straat slapen. 

Op het werk was het de eerste dag ook wennen, alsof het er mijn àllereerste dag ooit was! Maar ja, oude gewoontes verleer je niet, ook al is er veel veranderd tijdens mijn afwezigheid. 
Ongelooflijk lief en warm werd ik terug verwelkomd, in de drie talen die we er hoofdzakelijk spreken: Nederlands, Frans en Engels. Werd weer op weg geholpen. Sommigen wisten niet eens dat ik lang was weggebleven: werken in andere centra van de institution of telewerk. Ik hoef dus niet meer elke weekdag te pendelen naar Brussel. 
Ooit wil ik na het werk Brussel weer verkennen, zoveel plaatsen waar ik beschamend lang niet meer geweest ben.



maandag 25 oktober 2021

Als je verliefd bent

Verliefd zijn, echt verliefd zijn, is zaken bij elkaar ontdekken die zo intiem zijn waar geen ander weet over heeft: geen idee of mijn psychopaat werkelijk verliefd was op me. Ik denk het niet. Iemand die je graag ziet, verneder je niet. Hij zag wel zaken die niemand anders zag: een vlek op mijn onderrug « Huh? » en nog andere zaken waarvoor ik onderzoeken heb gedaan. Is dat liefde? Bij hem denk ik eerder psychopathie: iemand door en door willen kennen om er later misbruik van te willen maken. Which he did. 
Alles vertellen en erna het tegen je gebruikt zien, doet heel veel pijn. Klootzak. 
Ik was écht verliefd: was de eerste die hoorde dat hij een hartprobleem heeft. Later ben ik er boos om geworden: hoe komt het dat ik de eerste ben die dat heeft ontdekt? Alsof ik de eerste was die op zijn borstkas lag! 
Dat heet verliefd zijn: je zorgen maken om iemand. 
Dat gevoel wil ik opnieuw. Ach ja. 
Mijn logica zegt: no! Met mijn gevoel ben ik nog steeds bij die verslavende man, de psychopaat. Contact houden doe ik niet meer, ik mag wel liefdesverdriet hebben. 
Ik heb nog nooit, nog nooit een man zo graag gezien. Jammer van die psychopathie. 







de underdog die verder schrijft

 


Ik ben een beetje een underdog, word vaak onderschat. Klein, fijn, lacherig, verstrooid. Naïef. 
Mijn verantwoordelijken geloofden wel in mij, mijn ouders ook, sommige vrienden ook. De psychopaat niet.
 Op een examenronde wou ik vooral mezelf blijven: spontaan met een NT2-achtergrond, creatief, een Germaniste die snel kan antwoorden op taalkundige zaken. Mijn diploma kreeg ik echt niet cadeau. Door m’n schooljaren fietste ik heen, pas op het unief heb ik geleerd wat studeren is. Blij toe. 

Op de examenronde zette ik er een extra tandje bij. Ik werd de tweede. Naar mijn vader bellen: « Papa, papa! » 

Vaak ook mensen geholpen: ik help graag mensen: naastenliefde, op de Dams geleerd. ‘Gaudere et Bene Facere’, Zelfs als het stom werd: zelden zoveel gegeten als tijdens de Vasten. Eten voor het goede doel. 
 
Als je klein en fijn bent denken mensen vaak dat je niks kan. “Je bent zo schattig.”  Je doet een relaas en: “Je bent zo schattig.” Een Bulderstronk ben ik niet. 

Wie is Katie? Klein, fijn, een ineengestampte Tutsi. Een mix, lijk meer Ethiopisch. De zusters in het weeshuis schreven dat ik een mix ben, een mix die weet wat ze wilt. Via een DNA-test bleek ik ook Masaai te zijn. Mijn natuurlijke haarkleur is zelfs rossig, je snapt het niet. 

De underdog die alleen op reis ging, op verre reis. Natuurlijk was ik bang én terecht! Bijna door een vliegtuig omver gemaaid, gevlucht voor een kerel in Rio de Janeiro, in Seoul bijna alles verloren. In Tanzania gehuild: « Mama, papa, ik raak niet meer in Zanzibar! » 
Het vormt je wel: als je alleen op jezelf bent aangewezen. Snel denken: hoe kom ik uit deze situatie? De moeder van de psychopaat zei dat ik die reizen deed om me te bewijzen. I beg you pardon? Ik WOU die landen, die steden zien. 
Op mijn verdere lijstje staat Noord-Korea en Hong Kong. De rossige Afrikaanse underdog in Oost-Azië. 

En deze foto: Halloween in Tokio, it’s tha best!




zondag 24 oktober 2021

Olijk zijn op de Meir



De meeste schooljaren heb ik versleten op de Dams. Dames van het Christelijke Onderwijs. Er zijn mensen die er minder leuk over vertellen, ik doe het nét wél! 
Met je Samsonite wachten op je broer op de Wapper die van het Sint Jan komt. Bart Peeters kwam voorbij: hij wilde uniformkindjes filmen die gekke bekken trokken voor de camera. 

De Dams, in die jaren was het een meisjesschool. Heel streng. De nadruk lag op presteren. Heel katholiek. Naastenliefde moest er zijn. Vrij snobistisch. Chipie, Chevignon en Oilily. Toch ging ik er graag. 

Vriendinnetjes: 

Amélie, haar vader kent mijn ouders nog voor ik naar België kwam, voor mijn geboorte zelfs. We hadden een kapsalon in Wilrijk, haar vader was er vaste klant. De verhuis van Wilrijk naar de Jan Van Rijswijcklaan. 
Met Amélie zat ik in de klas, verjaardagsfeestjes! Coole non nonsens dame en prachtig om te zien, heel intelligent. Je zegt iets, en ze weet het. “Is dat Andy Warhol?”, vroeg ze ooit met mijn badge om van, ja, de kunstenaar. 

Anekdote: we waren heel jong, echt nog kind. “Laten we naar de cinema gaan!” We kozen Ghost, in de Calypso. Zowel Amélie als ik werden niet ‘klein’ gehouden: onze ouders behandelden ons als kleine volwassenen. 
Tijdens de pauze, voor de film begon naar het toilet. Een dame vroeg ons: “Zitten jullie wel in de juiste film?” Wij: “Ja” verbaasd waarom ze het vroeg. 
Coole dame! 

Julie, haar zag ik zes op de zeven dagen: in de klas, in de scouts. Ik werd haar nooit beu. Toenertijd een echte snoeper, dik werd ze nooit. Ook een leuke meid om te zien. Als kind een kwaajongen, later werd ze meer meisjesachtig. Een grote mond, dat siert haar wel. 

Anekdote: er zijn er zoveel. We liepen op de Meir naar school. Ingeborg kwam voorbij. Geen idee wat ze ‘s ochtends in Antwerpen deed, ze kwam voorbij. Een sjaal om en ze wou duidelijk niet herkend worden. Het was net iets na het songfestival ‘Door de Wind’. 
Het niet herkend worden was buiten ons gerekend: “Bent u Ingeborg?” Hoe reageer je op snotjoenk?: “Ja” Julie riep: “Ingeborg! Ingeborg!” daar ging haar vermomming. Ze gaf ons snel foto’s met een handtekening. 

Sepherine, ze komt uit een advocatenfamilie. Steevast met een frans accent: “Ik ga med u spelen” en toch niet franstalig. Op de school waar ik heen ging zaten heel veel franstaligen (van mij zeggen ze ook dat ik dat accent heb, van Julie destijds ook, daar is de oorzaak. Waarschijnlijk). Ze woonde in Berchem, in een prachtig huis. Blond, bruine ogen, als kind was ze al mooi. 
Geen anekdotes met haar. Hoeft ook niet altijd. 
Zij is een van die leuke meiden met wie je een leuke babbel kan doen. Destijds woonde ze op het Zurenborg. 

De dames van ‘t Stad. 





olijk wezen op de Jan Van Rijswijcklaan


 Leuke jeugdherinneringen, steek je hand op als je je herkent. 
Elisabeth, vind ik een mooie naam, haar werkelijke naam is ook pràchtig. Mooie meid, actrice, regisseuse, inmiddels verhuisd naar Israël. Belachelijk mooie stem. 
En Inkta, ik noem haar zo, vernoemd naar iets waar je mee kan tekenen. Kunstzinnig, kleuterjuf, lieve kleuterjuf! Als kind verlegen, nu niet meer. 
Met Elisabeth en Inkta zat ik op de tekenschool. Iedere woensdag en zaterdagochtend in Berchem. Ik zat op ballet, ging naar de scouts en de tekenschool kon er ook bij. Voor mijn verjaardag had ik een kistje gekregen met tekengerief, en een kaft met papier: als je het doet, moet je er écht voor gaan. 

De tekenschool was in Berchem, te voet een twintig minuten. Toenertijd had ik een jas van Kenzo: ik schaamde me er een beetje voor want niemand had zo’n aparte kleurrijke jas. De duffel-coat vond ik leuker. 

De tekenschool. Ik nam het niet al te serieus: Katie werd een gimmick, ze doet nooit wat er gevraagd wordt. Daar werd echt om gelachen: “Wat ben je nu weer aan het doen?” Tekenen deed ik graag, maar als ik zin had om een olifant te tekenen, dan deed ik dat gewoon. M’n ouders vonden het oké: een kind met een eigen wil. Pas op het unief werd ik ‘geplooid’. 

Inkta en Elisabeth waren mijn vriendinnetjes, na de tekenschool gingen we vaak naar het jeugdtheater op het Theaterplein, het KJT, naar de jeugdbioscoop in de Cartoon’s. Met mijn broer, Max. 
Elisabeth had als kind al gevoel voor drama. Niet verwonderlijk dat ze actrice werd. Inkta was meer bescheiden. Het zijn mijn jeugdvriendinnen. 
Mijn verjaardag valt moeilijk te vieren, een lastige datum. Mijn moeder had hen geronseld om als verrassing te komen. Fanta, Ice Tea, chips op mijn kamer in de Jan Van Rijswijcklaan. 




zaterdag 23 oktober 2021

Gruwelijk verhaal verbonden met live Aid

Dat is my dark side: criminele verhalen volgen, op de voet. Het hoé, waarom: psyche boeit me. Mijn ex, de abuser kon er niet tegen, tegen true crimes. Terwijl hij in real life geweld gebruikt. Hypocriet. 

Kennen jullie Brenda Spencer? Brenda Ann Spencer. Give her some credit voor de wereldhit ‘I don’t like mondays’, hoe luguber dit ook is. 


Brenda Spencer was geen doorsnee tiener. Ze woonde met haar vader, alcoholicus, in San Diego. In armoede. Sommigen zeggen dat ze agressie vertoonde, wat zeker is: haar vader weigerde haar op te nemen voor haar depressie. Brenda was suïcidaal. Ze vroeg een radio voor haar zestiende, ze kreeg een gun. 
Wat er later gebeurde: ze schoot willekeurig op de overstaande school mensen neer. Haar verklaring was: « I don’t like mondays. »

Bob Geldof las dit in een krant en maakte er met de Boomtown Rats hit mee. 

Brenda is nog opgesloten en komt voorlopig niet buiten. Na de zoveelste parole hearing lijkt ze nog geen schuld inzicht te hebben. 

Live Aid, van Bob Geldof, daarna kwam USA for Africa. Mijn idolen van toen: Michael Jackson en Madonna.



Een studie kan tellen

 Onlangs las ik dat het geen zin heeft om te studeren. 
I beg you pardon? I dare to differ. 

Ik begrijp die visie wel: op de uniefbanken voelde ik me, tja, vaak onwennig. Het échte leven speelt zich af, buiten die aula. En ik zit hier, geld te verpesten. 
Na m’n studie: hoe dom was ik met die visie? Die kennis, die kritische geest, het logische denken, die kwamen dankzij universiteit Gent. Diagonaal lezen, in een zwembad geworpen worden en toch bovendrijven, een prof overtuigen. Nog zoveel meer. 
Zoveel profs die me hebben gevormd. Twee voorbeelden: dankzij een prof beschouw ik elke literaire interpretatie goed als ze maar logisch is opgebouwd. Een andere prof heeft me doen nadenken over ons taalgebruik (hij is inmiddels gestorven). Voorbeelden. 
Een studie heeft zin. 



Echtigentig de jeugd van toen

Ik begin straks weer te werken. Inmiddels 41 en tòch zou ik willen dat m’n vader me net als toen bij de hand neemt zoals toen naar het eerste studiejaar. « Komaan, je kan het! » 
Mijn vader nam me meestal naar school, daarna kocht hij een krant: De Morgen. M’n moeder nam me iets later mee op de tram, om te leren alleen naar school te gaan. 
M’n moeder heb ik al veel bloemen toegejuichd op deze blog, m’n vader mag ook wat. 





over kinderdromen

 Biotch! Blogger doet raar. Als de lay-out op niks lijkt: just blame it on Blogger ende Facebook. 

Apart: zowel mijn broer als ik wisten al van kleutersbeen af wat we wilden doen, als we groot zouden zijn. Mijn broer « Kok », de jonge zus zei: « Schrijfster of journaliste. » Ik dus. 
Mijn voorbeelden waren Martine Tanghe, met haar kwam de derde ambitie: Germaniste. Als jonge student een voorbeeld: Anna Wintour. Jong zijn. Denken dat je een Anna Wintour kan zijn. 

Don’t give up on your dreams,: ik héb werkelijk geprobeerd om in die niche te stappen.
Maar ik doe wat ik doe, leerkracht, geniet ervan en hóóp mijn leerlingen ergens het vuur aan te wakkeren. Niet bang te zijn voor ambities en zichzelf te mogen zijn. Het was mijn droom niet, toch vind ik het leuk om les te geven. Kennis overbrengen: raar dat dit niet in mijn jeugdige ambities stond. 

We doen wat we doen! Iedereen doet we ze doen. Is dat zo dom? 😆 
 

vrijdag 22 oktober 2021

drie beruchte Amerikaanse moordzaken


We naderen Halloween, tijd om iets luguber. Ted Bundy, Charles Manson zijn alombekende seriemoordenaars. Hier zijn beruchte moorden die de grondvesten in Amerika deden daveren maar nooit echt nieuws werden in Vlaanderen. 

Christa Pike: 

Christa Pike was destijds de jongste vrouw ooit op death raw. En in tegenstelling tot de jongste ter dood veroordeelde in de Amerikaanse geschiedenis zo schuldig als je schuldig kan zijn, schuldiger wordt het niet. 
Ze groeide op als probleemjongere in West Virginia, werd daarom als laatste redmiddel naar een instituut in Tennessee gestuurd alwaar jongeren een stiel leren. There she met the wrong people. Is het louter een geval van ‘de verkeerde personen ontmoet’? Eerlijk gezegd, helemaal niet. Men beweert als ze na haar eerste moord niet gearresteerd was geweest, ze een vrouwelijke seriemoordenares zou zijn geworden. 

In Tennessee werd ze verliefd op haar stud, Tadaryl, die haar tot het Satanisme bekeerde, nooit een goed idee, zeker niet in combinatie met haar hoge dosis paranoïa: Christa had het ongegronde waanidee een liefdesrivale te hebben. Onder het voorwendsel haar ingebeelde rivale een lesje te leren lokte ze het slachtoffer samen met haar stud en een medepartner in heinous crime het park in « Let’s smoke some weed » zei ze tegen het nietsvermoedende kind. Het liep geheel uit de hand, al heeft men een sterk vermoeden dat Christa de uitkomst op voorhand in gedachte had: a gruesome murder. De details bespaar ik u. Er is een reden waarom men geen genade kende en Christa de jongste vrouw ooit op death raw werd. Op achttienjarige leeftijd vloog ze de gevangenis in, op haar twintigste in death raw. 
In de gevangenis hield ze zich niet koest: plande er een mislukte ontsnapping en viel, zelfs op death raw, in haar oude gewoonte: een mislukte moordpoging, het scheelde niet veel of het ze had een tweede moord op haar geweten. Ze zit nog steeds in de dodencel, al haar appeals zijn uitgeput. 



Tiffany Cole: 

Tiffany Cole kwam uit een liefdeloos gezin in South Carolina maar werd met veel liefde opgevangen door haar buren: een bejaard koppel, ze vingen haar op al was ze hun dochter. De jonge Tiffany trok later in bij haar vriend, Jackson, een kerel op het slechte pad. In geldnood dacht Jackson (het verkeerde pad, schreef ik): laten we het koppel ontvoeren om hen volledig leeg te roven. Tiffany ging akkoord, een crimineel plan, doch, niet een waar je voor naar death raw gaat. 
Het oorspronkelijke plan groeide uit tot een van de misselijkste dubbele moorden waarvoor ook zij als jonge vrouw een death sentence kreeg. Na de ontvoering, het leegroven werd het bejaarde koppel levend begraven. 
Kort erna namen Tiffany, Jackson en een medeplichtige lachend selfies al feestende met champagne. 
Een misselijkmakende, brutale, onmenselijke dubbele moord van het kaliber ‘you have no soul’. 
Haar toenmalige vriendin (ongerelateerde moord) op death raw heeft inmiddels een life sentence gekregen. Tiffany zit nog er nog steeds, 27 was ze toen ze haar death sentence vernam.  

De moord op Shanda Sharer: 

Dit is de beruchtste van deze drie moorden, er is een boek over geschreven, documentaires over gemaakt, in een vierdelige serie raffelde een YouTube vlogger het relaas uiteen. Het hield destijds ook Amerika in de ban. 

Shanda Sharer was een twaalfjarige, guitige, vrolijke meid uit Kentucky, na een scheiding kwam ze op een middelbare school in een small town in Indiana terecht. Een small town waar normaal letterlijk niks gebeurt. 
Op die middelbare toonde er een medeleerlinge al vrij snel een romantische interesse voor haar, een leerlinge die een relatie had met Melissa Loveless, een bloedmooi meisje toen. 
Zeker is het niet of Shanda die gevoelens helemaal beantwoordde, wat wel zeker is: er ontstond een toxische driehoeksverhouding tussen die drie scholieren: Shanda wist niet goed of haar gevoelens écht waren of niet, haar verleidster kon niet kiezen tussen Shanda en de bloedmooie maar jaloerse en bezitterige Melissa. Haar rivale, je kan het al raden: kon Shanda’s bloed wel drinken. 

De moord op Shanda Sharer. Het was een plan van Melissa om haar, alweer, af te schrikken, en ook hier zegt men dat ze goed wist dat de dood het gevolg zou zijn. Ze vond mededaders, de een al happiger dan de ander in het ‘hou je gedeisd’-plan. En ook hier geen details: het jonge meisje werd gemarteld op een manier, neen. Levend verbrand.
Daarna gingen ze fastfood eten. 

De aftermath: ze waren minderjarig, allen hebben ze hun straf uitgezeten. De moeder van Shanda was zelfs zo, zo, zo nobel een hond te schenken ter nagedachtenis aan Shanda aan de gevangenis die Melinda dan zou opleiden tot een dienstenhond . Ze zag in een video hoe Melinda veranderd was via zo’n opleiding: ze kon werkelijke liefde geven. 
Daar stopt het zelfs niet bij: Shanda’s moeder had ingezien dat haar dochter werd vermoord door tieners uit veelal huishoudens die hadden geleden onder zware kindermishandeling, ze doét er ook iets aan te doen dit te voorkomen. Respect. 

Een bitter verhaal dat een heel mooi verhaal werd. 




donderdag 21 oktober 2021

Het olijke zovelental in Ukkel


Het Antwerpse Zuid moest ik noodgedwongen verlaten, had ditmaal weinig met tragiek te maken (het gebouw werd verkocht), al vond ik het destijds best dramàtisch: den Hopper, de Chatleroi, mijn Antwerpse vrienden. 
Bewust voor Ukkel ben ik nooit gegaan: aanvankelijk had ik een appartement op het oog bij Schuman in de Brusselse Europese wijk. Een telefoon later bleek het niet vrij te zijn maar hij had wel iets in Ukkel. « Ok. ». Ukkel was me niet onbekend omwille logeerpartijen aldaar na nachtelijke escapades. Leuke herinneringen aan Ukkel dus. Reeds bij het bezichtigen wist ik: dit neem ik. 
Het was colocation, samenwonen, heel populair in Brussel. De meesten van m’n vrienden daar woonden aanvankelijk op deze manier. Als je dan bij iemand op bezoek kwam, kreeg je er meteen een bende huisgenoten bij. Er werd regelmatig gefeest in zo’n huis, een soort post studententijd. 
Voor mij was het de eerste keer samenwonen (in mijn studententijd had ik een studio) en net daarom maakten m’n vrienden zich zorgen: “Jij?” I proved them wrong. Met de eerste drie huisgenoten kon ik het voortreffelijk vinden, de laatste was er te veel aan: die heeft me aangerand. 
Maar over de betere tijden: als je een Friends huis wilt in Ukkel, daar was het adres. Onwaarschijnlijk. We liepen elkaars deur plat: ‘s middags bij de tuin brunchen, ‘s avonds dineren op het terras van de eerste verdieping. Ooit kwam er een kerel uit Parijs het gebouw bezichtigen, zowel ‘s middags als ‘s avonds. Op beide momenten zag hij ons vrolijk genieten op een terras, alsof het een luilekkerleven was met food en wijn in de zon. Lang moest hij er niet over nadenken om zich bij het olijke zovelental te voegen. 

Een van de zovele leuke momenten: drie huisbewoners hadden een vrij grote opblaasbare pool gekocht. Wat er volgde: pool party’s in en rond het zwembad, iemand had zelfs kreeft meegenomen van zijn werk. Cava en kreeft rond het zwembad. ‘s Avonds hielden we een dansfeest op de eerste verdieping. Een post studententijd. 

Een vreselijke herinnering: de aanslag in de Brusselse metro, daarna steun vinden bij elkaar. 

Op een uitzondering na zijn alle bewoners van het eerste uur inmiddels verhuisd. Van het uiterste zuiden, Ukkel, belandde ik in het uiterste noorden, Jette. 
Samenwonen, het was een érvaring, alleen die aanslag, die aanranding hadden niet gehoeven. 



woensdag 20 oktober 2021

proces De Pauw

Een openmondige stijgende verbazing. Het interview met Sofie De Pauw, zus van Bart, vond ik volstrekt van die aard: hoe kan een journalist dit verhaal aan de massa brengen? Het is onder de gordel, er wordt een grove leugen verteld en er wordt zodanig rond de pot gedraaid om van Bart De Pauw een slachtoffer te maken. Hallo? 
Wat er totaal over ging - en vanaf dan wist ik al: niet serieus nemen dit interview van een wrokkige zus - is dat er gesuggereerd werd dat de dames een snelle dood van hun vader op hun geweten hebben. Dat. Doe. Je. Niet. Ryan O’Neal, de grootste klootzak van Hollywood, verweet zijn dochter Tatum op televisie de kanker van Farah Fawcett op haar geweten te hebben. Ja, dan maak ik me kwaad. 
Alweer werd de leugen fijntjes over gedaan: dat Bart zogenaamd van niks wist. Zonder enige scrupule wordt dit telkens maar herhaald door hem, zijn vrouw en nu dus ook zijn zus. Op het proces is wel duidelijk gebleken dat hij bij Woestijnvis al op het matje is geroepen. Zijn vrouw lachte er nog om toen hij in de auto zat (bleek uit documenten van een afgeluisterd gesprek). Onbegrijpelijk dat dit telkens wordt herhaald, alsof mensen achterlijk zijn. 
Bart De Pauw is er zelf als eerste mee naar buiten gekomen, de VRT wilde dit aanvankelijk discreet afhandelen, als hij dit niet had gedaan, had hij nu geen proces aan z’n broek. En dan durven verwijten maken dat het de dames zijn die het leed hebben berokkend. Het lef. 
Ik vond het belangrijk om hiervoor in m’n pen te kruipen. Dit gaat niet over de schuldvraag, dat weten tot nu toe alleen De Pauw, die dames en de rechter zal er over beslissen. Dit gaat over het feit dat iemand die zich belaagd voelt het récht heeft voor zichzelf op te komen. Dat zijn nét moedige vrouwen. 

Ik heb het zelf meegemaakt: de psychopaat probeerde telkens van zijn daderrol een slachtoffer te maken, desnoods met grove leugens. Hij is daar vaak in geslaagd, met behulp van z’n moeder. Zum kotsen gedrag. Ziek. Het is vals, het is laf, het is laag, het is voldoende om op een metershoog podium voor the wall of SHAME te staan. Look at me, I’m a loser. Een dader is alleen slachtoffer van zijn eigen gedrag. 






dinsdag 19 oktober 2021

olijke vrienden in Antwerpen voor een Brusselse verhuis

 

Kristoffer, ik noem hem Kristoffer, vriendschap op het eerste gezicht. Alweer knap, zo vaak gehoord in zijn gezelschap, en voornamelijk acteur. Rossig haar, bruine ogen vol vuur. Met hem kan je praten. Wat doet het met je als je vrienden ziet timmeren aan hun weg en hun gekozen pad zien opgaan: glunderen van trots! 

Een anekdote, op mijn verjaardag. We zaten in - waar anders? - den Hopper. Ik wou gewoon Kristoffer effe voor mij alleen. Geen idee hoe of wat, we belandden aan een lange tafel, Kristoffer zat naast een bekende actrice. Kristoffer is knap, je kan al raden wat er gebeurt: she was all over him en ze negeerde mij, op mijn verjaardag! Kristoffer wist niet zo goed wat hij moest doen onder die aandacht. “Ik wil naar huis!”, zei ik na een tijdje. 
M’n verjaardag hebben we verder gevierd maar niet in den Hopper. 

Adrienne, een soort Audrey Hepburn. Stijlvolle dame. Kunstzinnig, in alles wat ze doet heeft ze smaak. Bruin haar, ook ogen vol vuur. A beauty. En praten met een Antwerpse humor. 

Anekdote: in Amsterdam, Nieuw Zuid, de Rivierenbuurt bij, ik noem haar Sexy Sadie, een schrijfster, studiegenote, ook dol op Prince. In Amsterdam ging ik catsitten, net iets makkelijker dan babysitten (alhoewel, met mijn allergie), Adrienne kwam me bezoeken, een kerel uit Toronto was er ook bij. Ja, die hebben we uit een veel te duur Amsterdams hotel gehaald. 
Hij was ons zo dankbaar: “Jullie mogen bij mij logeren in Toronto.” Ons adres, in Toronto. 

Carrie, klein, fijn, krullen, heel modebewust. Alweer vurige ogen. Een klassiek mooi gezicht, een grote mond maar zo lief! Zij is die meid die mij in putje winter een brandertje wou lenen. Carrie houdt van dieren. 

Anekdote: op haar verjaardag: feesten in de Pallieter! De volgende dag? Hoe zijn we thuisgekomen? Ik zat ergens, I kid you not, in Beveren. Nog een ander feestje: in de Pallieter, Freek De Jonge ontmoet. Telefoonnummers uitgewisseld. Hij was best aardig. 
Carrie, mysterieuze meid, heel Antwerps, heel internationaal. 




onbewust luxury dineren in Tokio

 Ik ga hierna verder met m’n olijke reeks. Na dit ‘Wie is Katie?’ typisch verhaal. 
Noem me naïef, hoofd in de wolken. Er is een réden waarom m’n eerste vaste vriend in mij een Elin uit Fucking Åmal zag, m’n moeder me een Amélie Poulain noemt. Naïviteit. 

Op m’n tweede trip in Japan, Japan en Zuid-Korea combineerde ik, wou ik het cheap houden in Japan. M’n vlucht van Seoul naar Tokio had ik gemist - bizar verhaal - onnodig geld uitgeven zat er niet meer in. Het lukte me aardig: geen resto, eten kopen in de plaatselijke shop. Het goedkoop houden ging me vrij goed af, tot de laatste dag, in de Ryokan. 
Weet je, dacht ik, laten we es naar Ginza gaan. Een dure wijk in Tokio. In Ginza gaf ik me de ogen de kost, de meest chique wijk die ik ooit zag. Chique én prachtig. Daarnaast had ik me voorgenomen om die laatste avond in Tokio uit eten te gaan. 
De naïviteit ten top ging ik in de straat van al die luxury winkels uit eten. Én wou persé kobe beef. 
Twijfelen uit twee restaurants, oké daar ga ik heen. 

De service was fantastisch, meerdere serveersters aan m’n tafel die me op m’n wenken bedienden. Op dat moment stelde ik me er geen vragen bij, het is Japan. Ook stelde ik me er weinig vragen bij in een soort privéhokje te zitten. Dit zouden ze in België ook moeten hebben, ging er door me heen. 

De rekening was heel prijzig, zelfs toen geen vragen: kobe beef. Om eerlijk te zijn, heb ik zelden zoveel betaald maar bazuinde nadien rond: “Voor kobe beef betaal je wat.”

Meerdere pogingen gedaan het restaurant op internet weer te vinden, gisteren alweer een dappere poging gedaan, gevonden en geschrokken. Het was luxury dinner. 
Rangetsu of Tokyo, in Ginza. Iedereen zou ik het willen aanraden maar weet, anders dan ik toen, waar je aan begint. 



maandag 18 oktober 2021

het olijke tweetal op het Antwerpse Zuid

 Uit nood - stalking is een goed excuus - moest ik verhuizen. Op naar het Antwerpse Zuid. Minstens twee keer per week zag ik er Madeleine (omwille van privacy ook hier een andere naam). Ik val in herhaling, ook weer, alweer een knappe dame. 
Iets waar ik me vrij ongemakkelijk bij voel, een vriend zei me ooit: “Al jouw vrienden zijn knap.”, een opmerking waarbij ik van m’n stoel viel. Op dàt moment ben ik m’n vrienden anders gaan bekijken. Maar voor mij zijn het gewoon mijn vrienden. 
Op het Antwerpse Zuid. Madeleine, gemiddeld qua gestalte, slank, een soort Sneeuwwitje, een plaatje. Haar zag ik minstens twee keer per week in den Hopper. Het olijke achttal bleef, we hielden thuiscafés, kan je voorstellen.

Anekdote: een vriend nodigde me uit om naar de opname van ‘Tegen De Sterren Op’ te gaan, in Vilvoorde. “Ga je mee?”, dat was de allereerste opname, het programma moest nog op televisie verschijnen. Ik mocht backstage. Nadien, hup weer naar Antwerpen, naar het thuiscafé. “Ik ben bij VTM geweest!” Een paar dagen later hoorde ik op de bus mensen over het programma praten. Huh? 
Het is beschamend hoe weinig ik in die periode wist over het televisielandschap. 

 Op het Zuid kwam er een olijk tweetal bij. Een olijk tweetal dat naar Prince luisterde, zijn concerten bijwoonde en de dag nadien schor van het juichen euforisch in de Hopper zat. Een hele stoet aan vrienden, kennissen leerde ik via haar kennen: een rolletje gekregen in Circus Bulderdrang. Artiesten mocht ontvangen op Zuiderzinnen. Een van m’n idolen, Remco Campert ontmoet. 
Zuiderzinnen. Een studiegenootje, met haar deed ik een studentenjob in Gent waar òòk veel valt over te vertellen (we kwamen in opstand tegen het beleid, we staakten), zag ik er toevallig. Een ex van een journalist/schrijver. Raar maar, zal ik het schrijven: superleuk om elkaar weer in die setting te ontmoeten. Van Gent naar Antwerpen. 
Wijlen Luc De Vos. “Ik moet pipike doen.”, nadien maakte hij me met een knipoog belachelijk op het podium. Chris Lomme, iedereen is een beetje verliefd op Chris Lomme. Veel schrijvers, artiesten ontmoet, Zuiderzinnen mis ik: het was een feestje op een zondag.

Het olijke tweetal werd uitgebreider. Ik had er een nieuwe vriendenkring bij. 

Madeleine heeft me vaak uit nood geholpen. Het valt met geen woorden te vatten wat ze allemaal heeft gedaan. Sneeuwwitje. 





het olijke achttal rond het Mechelseplein in Antwerpen

De overgang van Gent weer naar Antwerpen was niet eenvoudig. Het heeft een jaar geduurd eer ik weer close maatjes had, een clubje, een kliekje te vinden. Een noemde ons ‘de vriendenkring’. Dat zijn we! Nog steeds (wel uitgebreider). 

Namen, het is moeilijk om nieuwe namen te bedenken die (hopelijk) bij hen passen. Ditmaal lukt het me niet echt om acht passende namen te bedenken. Een gok:
Meryll (naar Marilyn Monroe: intelligente veelzijdige dame, je kan haar een aardappelzak omdoen, ze ziet er nog superknap uit), Madelief (naar de bloem, superschattige meid mét ZELFS kuiltjes, het allermooiste haar, lief gezichtje), Heidi (geen idee waarom Heidi. Ze is blond met blauwe ogen. Llleuke meid, prachtige ogen en zo open van geest), Mathilde (een soort, tja, als een (positief!) duiveltje uit een doosje: belachelijk veelzijdig, noem iets en ze weet het, knappe verschijning, Duits accentje). 
De mannen: Jim (een soort Jim Morrison. Eeuwig jong, eeuwig aantrekkelijk, eeuwig apart), Brian (naar Brian May, een voortreffelijke muzikant en voortreffelijk slim. Krullen, knapper dan Brian May. Zeg maar ronduit knap, ronduit lief). Jopie (vindt hij vast niet erg. Hij heeft een Jopie gehalte: zo’n lieve man! Nederlander met een Spaans uiterlijk, alwéér knappe man, die je neemt voor wie je lief bent. Maar echt heel goed weet wat hij wilt). 
En ik Katie. Nog steeds te dun, weliswaar wat dikker dan in m’n studentenjaren, en liep voornamelijk rond in tweedehands of outlet of van m’n moeder gekregen designerkledij. Demeulemeester, Margiela, you know it. Nog steeds ‘wild’ maar tòch iets minder onstuimig dan voorheen. 

De namen zijn klaar (de vriendenkring werd erna uitgebreider)

Met Meryll, antropologe, filosofe, onderlegd in kunst (een kennis van hier tot in Jacamaca) had ik het plan om een krant te stichten, een krant die het positieve nieuws zou brengen. Twee leerling fotografen stapten mee in het plan en I kid you not, via via had ik Jan Decleir gestrikt, voor een eerste interview. Diezelfde avond ging het niet door, triest: Hans Van Temsche op tocht door Antwerpen. De krant werd diezelfde avond afgeblazen. 
Het was een mooi idee. 

Met sommigen onder hen naar Humo’s Rock Rally: Jim deed mee. Wat ik vooral onthouden heb is onze helse cross om de trein van Mechelen weer naar Antwerpen te halen, nipt gehaald. Een ex vertelde me dat hij ook speelde op een Humo’s Rally en het net niet haalde. 

We hadden plannen, grootse plannen: een huis te kopen en bij elkaar blijven. Jaren later had ik zo’n Friends huis in Brussel, Ukkel. In Antwerpen, niet echt. Doch: we zijn een vriendenkring. 

Wat deden we: spontane feestjes met Jopie als DJ in den Aap, in het huis van Jim. Naar de kelder gaan om een spontaan concert van Jim met Brian bij te wonen. Het was voornamelijk een artistieke tijd, toen kon dat nog. Twintiger zijn in Antwerpen. Jong en een hoofd vol dromen. 

Een moment (fantasie)

Jim (enthousiast) : Hey, we gaan naar …
Niemand reageert
Meryll keek in een kaars: “Ik weet niet waarom, ze lijken interessant.”
Madelelief, in dezelfde kaars kijkende: “Bwa.”
Dan kwam Brian, ook enthousiast: “Komaan, ik ben ervoor!” 
Jopie: “Kijk, ik vind het goed maar als er niet zoveel mensen voor zijn, kunnen we het hier beter gezellig houden.”
Mathilde, een saf rollende, “ Dat is een beter plan.” 
Heidi: “Waar is de deur?”
Jim: “Ok, maar dan gaan we nu jammen!”

De vriendenkring is uitgebreider geworden, blij toe. 






zondag 17 oktober 2021

het olijke viertal in Gent

Dit gaat over mijn Gentse studentenjaren. Omwille van privacy geef ik hen andere namen: een ex Valentijn, twee goeie vrienden: Nan (naar Nan Goldin, de fotografe, niet dat ze decadent is, de dame moet een culturele naam hebben en een dame zijn die ik bewonder), Cees (naar Cees Nooteboom, hij is gek op literatuur) en ik, Katie. 

Het olijke viertal, dat waren we zeker. Allevier in de Gentse Germaanse, allevier ook voor Algemene Taalwetenschap gekozen. Cees en ik lachten ons te pletter met de droge grapjes van professor Willems. Verder lachte eigenlijk niemand. 
Valentijn leerde ik al vrij snel kennen, in Antwerpen woonden we op wandelafstand (hij in de buurt van Sint Vincentius, ik op de Jan Van Rijswijcklaan) en zelfs ons kot was in dezelfde straat. De Holstraat. Valentijn kwam van het Antwerpse Lyceum, ik van de Dams en de Steinerschool op ‘t Zuid. 
Begin oktober begon het academiejaar een maand later waren we al een koppel. Ongelooflijk snel. Groot, Spaans type, slank, heel knap, heel slim, superlief: de onbaatzuchtigheid in persoon. Dag en nacht waren we samen en nooit raakten we uitgepraat. We schreven verhalen, werkten theorieën uit, mijn eerst vast lief die ook m’n beste vriend was, je kan het slechter treffen. 
Algauw kwam Nan in het vizier: gemiddeld qua gestalte (misschien iets aan de kleine kant), superslank, blond, blauwe ogen, intelligent, hypercultureel, aantrekkelijk en Nan heeft smaak! Ze zag er altijd goed uit. Opgegroeid in het Gentse en het toeval wilt dat Nan en ik op dezelfde  scholen hebben gezeten: zij in een Gentse afdeling, ik in Antwerpen. Instituut Dames van Het Christelijke Onderwijs, in Gent heet dit Sint Pietersinstituut. Nan en ik waren besties, een onafscheidelijk duo. 
En dan Cees, hoe kan ik Cees omschrijven, destijds halflang haast zwart haar, redelijk klein, hij had iets Aziatisch. Eerder aan de mollige kant (of eigenlijk doodnormaal, destijds was ik veel te dun, mijn perceptie klopt dus niet), bezeten, bezeten van literatuur, een leuk koppie, verstandig, ultra open minded: geen gedachte ging hem te ver. Een West-Vlaming, bij Brugge. 
Twee Antwerpenaren, een Oost-Vlaamse en een West-Vlaming. Het olijke viertal. 
Cees woont inmiddels bij Amsterdam, Nan in Brussel, Valentijn en ik weer in Antwerpen. 

Haast iedere woensdag organiseerde ik filmavonden. De oude tv, zo’n grote Sonybak, had ik van huis meegekregen en om een of andere reden ook de videorecorder. Mijn ouders wilden toen downsizen, vandaar dat ik ook als een van de weinige studenten al vroeg hun oude GSM had, een grote logge Ericsson. Ik schaamde me er een beetje voor want studenten met een GSM waren verwende rotjoenk. Tot overmaat van ramp had ik ook een studio. Ach ja. Nu is het onbegrijpelijk maar ik weet nog goed dat we met een vriend hadden afgesproken om de allereerste sms te sturen. Dat was een evenement om voor af te spreken. 
Over de filmavonden. Geen idee of de keuze solidair was, eigenlijk denk ik tot mijn grote schaamte dat vooral ik de film koos. Hapje, drankje en cultureel verantwoorde films. Typisch studentikoos. De allerbeste film was voor mij toch wel een Kubrick: Dr. Strangelove en een lange titel die erop volgt. 
We wisselden muziek uit: jazz, Björk. Met Nan gingen we naar musea: dé opening van de S.M.A.K., Nan en ik reden naar Watou. Tegen ons zin deden we dezelfde studentenjob: televerkoop van schoorsteenvegers, jawel. It sounds boring, it was boring. 

Een anekdote: we liepen met ons hoofd in de wolken, waren ons van niks bewust. Met Nan hadden we het plan opgevat om naar een tentoonstelling in Brussel te gaan, zij had een auto (wat het makkelijker maakte). Het weekend ervoor raadde mijn moeder me aan om te lunchen op de Sablon bij Au Vieux Saint Martin. Wat we deden. Zie je er ons al zitten? Als studentjes? We liepen met ons hoofd in de wolken. Met Valentijn ging ik zowel bijna wekelijks naar de Kringloopwinkel als naar het Gentse Pakhuis. Hoofd in de wolken, van niks bewust. Wat eigenlijk wel mooi is. 

Een mooi moment: bijna elke proclamatie kwam m’n moeder naar Gent. Zij zat in de aula, Nan en ik wachtten buiten. Dié ene proclamatie, mijn moeder zei “Yes!” toen ze buiten kwam, had haar kodak in de hand omdat ze wist dat dit een niet te vergeten moment was “Allebei geslaagd.” op dat moment ben ik in Nans armen gesprongen. Die kodakfoto heb ik niet meer, de herinnering  blijft. 

Wie was die Katie toen? Pretty much a wild child. Klein, veel te dun en ja, ‘wild’. Valentijn vond me een Elin uit Fucking Åmal, mijn moeder een Amélie uit La Destin d’Amélie Poulain. Het zal een combinatie van de twee zijn geweest. 
Een studententijd is om van te genieten, het is zo voorbij.



 

zaterdag 16 oktober 2021

when heroes go down


Ik kan me voorstellen dat sommigen het moeilijk vinden te aanvaarden dat Bart De Pauw niet die ideale schoonzoon blijkt te zijn, die guitige scoutsjongen die onze huiskamers binnentrad met ‘Schalkse Ruiters’. Dat men het moeilijk te aanvaarden vindt R. Kelly, ooit een van de populairste artiesten, als een sexual predator te zien. Harvey Weinstein, hij bracht ons Tarantino, in wezen een vooral te verafschuwen persoon. En Jan Fabre. Als tiener vond je me vaak terug in de Antwerpse Singel, ondermeer voor Fabre, voelde me zelfs trots een babysit te zijn van een lieve meid wier ouders op een of andere manier met Jan Fabre werkte. 



Dit soort ‘helden’ heb ik enkel bewonderd om hun kunst (met R. Kelly heb ik persoonlijk niet veel, al erken ik dat hij een belangrijke voetnoot in de popmuziek is), het doet me eigenlijk weinig hen van hun voetstuk te zien vallen. Talent, persoonlijkheid. Not the same. Dat onderscheid moge duidelijk zijn. 
Mijn grootste muzikale held is Prince, mocht het blijken dat hij een eikel was (wat ik denk dat hij NIET was), ik zou het er moeilijk mee hebben maar aanvaarden. 

Anders werd het met Bill Cosby. Triest om toe te geven: zoals ik me op het internet begeef, zou het vrij apart zijn geweest om heel lang voor de rechtzaak die geruchten niet opgevangen te hebben. I did. En heb het genegeerd. 
Hannibal Buress, de komiek die hem heeft geuit, negeerde ik. 
Bill Cosby, Cliff Huxtable: the Great TV-Dad, Bill Cosby, academisch onderlegd in educatie, hij deed veel voor educatie (onder meer in zijn shows), Bill Cosby die de Afro-Amerikanen een positief beeld voorhield en hen (vaderlijk) de les spelde, die man was een van mijn helden. Is dat heldenbeeld zomaar effe keihard van zijn sokkel gevallen. Alsof Mary Poppins the Wicked Witch of the West blijkt te zijn. 

Let’s just say, een van m’n grootste muziekhelden doet deze donkere schaduw iets oplichten: 



donderdag 14 oktober 2021

profiel De Pauw

 Het proces De Pauw volg ik op de voet. Vandaag werd het psychologische profiel van De Pauw geschetst waarbij ontkend werd dat hij een psychopathische narcist is en hijzelf pareerde met zijn autisme. Alsjeblieft zeg. Dit kwam uit een onderzoek van acht uur uit de bus. Alsjeblieft zeg. 
Wel wil ik duidelijk maken dat ik geen weet heb of hij een narcist of psychopaat is. Ik ken De Pauw niet persoonlijk. Misschien ging het slechts om een ziekelijke sms-drang maar het proces zet me aan om ervaringen te delen. 

Had ik enkele blogberichten geleden niet geschreven dat psychopaten (en in mindere mate narcisten) iedereen rond de tuin kunnen leiden?  Zelfs doorgewinterde psychologen, zelfs argwanende rechters. Én zij weten dat. Én zij zijn er trots op. “Ik speel een spelletje met psychologen.” is mij letterlijk gezegd. And yes, he did. Slechts een keer toonde hij zijn ware aard, vertelde het masker van een zorgzame, betrouwbare olifant te dragen maar vanbinnen eigenlijk een vos te zijn. Pèts, daar had je het. Weliswaar gaf hij een mooie crazy uitleg aan de vos waar de psychologe - uiteraard - met beide voeten intrapte. Ik echter niet. Ik ken hem. 
Acht uur een rolletje spelen is voor een psychopathische narcist, narcistische psychopaat peanuts. Ze zouden eerder minstens twee weken lang geobserveerd moeten worden. Mijn psychopaat viel pas na een maand een nacht door de mand. Ze deinzen er niet voor terug om voor de rechter te liegen, me dunkt is dat al in zoveel zoveel processen aangetoond. 
Autisme is net het omgekeerde van psychopathie: een autist heeft gevoelens maar weet niet om te gaan met mensen, een psychopaat heeft geen gevoelens en weet uiterst goed om te gaan met mensen. 

Schreef De Pauw zelf niet: ‘Ik sleur je mee naar beneden, ik ken geen empathie.’? Iets in die trant. Als dàt geen grote bel doet rinkelen. Bijzonder vreemd om zoiets te schrijven. In een onbewaakt moment heeft hij zichzelf geuit als iemand zonder empathie. 
De psychopaat die ik van heel dichtbij kende, deed dit ook op onbewaakte momenten. Op dié momenten moet je letten, niet op de vloed aan mooipraterij. En het slachtoffer van andermans gedrag of omstandigheden zullen ze altijd spelen. 
Ik beweer dus niet dat De Pauw een psychopaat is of narcist, ik stel me er gewoon vraagtekens bij en die mag ik hebben. Die vraagtekens worden alleen maar bevestigd door het proces te volgen. Been there, done that. Heel herkenbare gedragingen. 

Ook vraag ik me af waarom de eega van De Pauw ondanks de publieke vernedering (voor jou ga ik m’n vrouw (en kinderen) verlaten. Tot tweemaal (!) toe overduidelijk geschreven. Bij een zelfs na één (!) week), ik stel me de vraag waarom ze haar man blijft steunen. “Ik vertrouw hem.” 
Ik ken haar niet persoonlijk dus volgende gedachtegang kan verkeerd zijn: 

Ze past in het ideale plaatje waar abusers op jagen: ziet er goed uit, heeft smaak, intelligent, vaak ook een hoger diploma. En makkelijk te beïnvloeden, ze zal je eerder het voordeel van de twijfel geven. Een énorm vertrouwen, pakken meer dan de gemiddelde mens. En ze zal je whatsoeversowhat verdedigen, je beschermen. Ook heel kwetsbaar, kan snel vergeven. 
Een dame waar ze mee kunnen ‘uitpakken’, het perfecte plaatje naar de buitenwereld toe kunnen tonen, een vrouw die hun ego doet strelen. 
Gedurende een half jaar tot een jaar doen abusers alles om hen voor het leven aan zich te binden (of althans tot ze je beu zijn), wat hen vaak ook nog lukt met al hun charmes. De partner denkt niet zonder hen te kunnen. 
Wanneer ze in de ‘val’ zijn getrapt, gaat de abuser rustig zijn gangetje en slagen ze erin het zo te verwoorden dat het allemaal correct gedrag is. Praten ze wat krom is recht. Hij kent zich veel meer privileges toe dan de partner, een absolute onevenwichtige verhouding dus en tóch maken ze de partner wijs dat zij net diegenen zijn die zich minder permitteren. 

Een narcist of psychopaat, heb ik bij de mijne ondervonden, zal altijd iemand vinden die zijn wanstaltige  gruwelijkheden die anderen ten gronde richten zonder enige aarzeling - alsof het op automatische piloot is. Geen greintje denkproces aan voorafgaat - zal verdedigen. Zijn partner of zijn moeder of een beste vriendin. Hoe ze het klaarspelen, I dunno, maar voor het slachtoffer is dit bijzonder kwetsend. “Ik weet hoe de dingen zijn verlopen.” zo vaak gehoord. Terwijl ze slechts een kant, die van de dader hebben gehoord. Wat een denkfout, man. 

Typerend is dat een narcist of psychopaat voor eerherstel gaat, ze zullen nooit schuld bekennen. Ik moest van hem bij mijn vrienden, familie en kennissen vertellen dat hij me niet mishandelde en, integendeel zelfs, de allerbeste, allerliefste is. Schuld zullen ze slechts bekennen als het hen goed uitkomt. 
Maar nogmaals: misschien is De Pauw het ondeugende slachtoffer van een complot. 

Alwéér uit eigen ervaring: zodra psychopaten of narcisten worden aangesproken op hun gruwelijke daden weren ze die bal af en gaat het over een complot. Zij zijn het slachtoffer van een complot dat hen onderuit wilt halen. “Jij wilt mij kapot maken.” “Jullie willen mij kapot maken.” Hoe vaak ik dat gehoord heb. 
Andere keren halen ze uit met een plotse fysieke of verbale agressie. ZIJ KUNNEN ER NIET TEGEN TERECHT GEWEZEN TE WORDEN. 
Maar voor de zoveelste keer, misschien is er in dit proces geen sprake van een karakterstoornis, ik ken De Pauw niet persoonlijk, en is er wel degelijk een complot tegen hem. 

Wel moedig dat zijn eega naar buiten treedt, daar moet je ballen voor aan je lijf hebben. Ook moedig van de slachtoffers om dit publiekelijk aan te kaarten, ook zij hebben ballen aan hun lijf. Sterkte voor beide partijen.