van veel wat

Hello!

Wees welkom op deze pagina. Hij is nog jong, hij is nog fris. Maar we gaan er keihard tegen aan! 


Posts tonen met het label Japan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Japan. Alle posts tonen

vrijdag 9 juli 2021

Neen aan het egocentrisme

Er wordt me vaak verteld dat ik in de eerste plaats aan mezelf moet denken. Ik kom wel op voor mezelf, kom voor m’n mening uit, wees daar maar gerust in, dat zit er in gebakken. Een Antwerpenaar, hé. Van generatie op generatie. Ik ben geboren in Rwanda en opgegroeid met een Antwerpse mentaliteit. Waa klappe goe. Van tijd tot tijd kom ik te snel voor mijn mening uit, en ja, dat vind ik best jammer. 
In de eerste plaats denk ik niet aan mezelf. M’n eigen vrijheid houdt op waar ik de anderen schade aan kan toebrengen. En ja, sorry, ik vìnd het leuk om anderen gelukkig te zien en als ik daar in kan meedragen, blij toe. 
Wij, in het Westen, kunnen soms zo arrogant zijn, zo arrogant in onze ikke, ikke maatschappij dat we anderen naar de vinger durven wijzen. Naar een Middeleeuwse gedachte wil ik niet terug: het is belangrijk om jezelf te ontwikkelen. Maar dat mag niet ten koste gaan van anderen. Ik heb wel gezien dat onze ikke ikke maatschappij ook veel schade kan aanrichten. Het is triest. Wel is het belangrijk  om je eigen grenzen te bewaken, dat leer ik met vallen en opstaan maar ik weiger mee te gaan in dat ikke ikke gedrag. Het is toch leuk om anderen gelukkig te zien? 
Twee keer ben ik in Japan geweest, en durf echt niet te zeggen: “In Japan worden er zoveel zelfmoorden gepleegd.” of “Ze werken zich daar kapot.” Het is een andere cultuur, geen ikke ikke gedrag. In Japan heb je niet van dat ongein van mensen die zich de vrijheid nemen om keiluid muziek te spelen en daarmee het hele gebouw of de buurt verzieken. Ik moest weg uit een airbnb in Tokio omdat de vorige toeristen het hadden verziekt. In Japan heb je niet van dat ongein van mensen die de straat verpesten door hun afval op de grond te smijten. Je kan er gerust in een eettent je portefeuille op tafel laten liggen en naar het toilet gaan. Ook geen ongein van mensen die de wc vuil achterlaten. Men leert er van kindsbeen af respectvol om te gaan met anderen, met dieren, natuur. Waarom kunnen wij dat niet? 
Er is een filmpje van een Japanse kinderturnploeg. Pas toen iedereen over de bok kon springen, was de ploeg geslaagd. Niet zo van « Ik ben beter dan jou » De kinderen moedigden elkaar aan! 
Toegeven, ik heb het moeilijk met het ikke ikke gedrag. Als kind, tiener, vroege twintiger dacht ik ook alleen mezelf. Ik heb geleerd om ook aan anderen te denken en het deed/doet me zoveel plezier anderen gelukkig te zien! Ik zeg neen aan het egocentrisme. 
Het drukste kruispunt ter wereld is in Shibuya. Shibuya crossing is an item, als je in Tokio bent: doen. Ik ben er nooit aangestoten geweest. Het is een andere cultuur die ik zo mooi vind. 

Een mooi verhaal: ik kwam net aan in Tokio en vond het adres van de airbnb niet. De straten zijn er anders, je kan niks lezen, tenzij je het geschrift kent, mijn gsm was plat. Een oplader is er anders. Ik zat in de buurt en ook m’n taxichauffeur vond het adres niet. Ik zat op straat te huilen: « Wat heb ik gedaan? » 
Een oude Japanse dame nam me bij de hand, ik liet haar zien wat ik had genoteerd of geprint. Vervolgens ging ze bij haar thuis, deed een paar telefoontjes en ze leidde me waar ik echt moest zijn! Nogmaals huilde ik uit dankbaarheid. Da’s Japan. 



dinsdag 29 juni 2021

Over Japan, Zuid-Korea, J-Pop, K-Pop

 Met gemengde gevoelens aanschouw ik het alsmaar meer populair worden van het K-Popgenre. Waar het vroeger nog een genre was voor de ‘insiders’, de Korean mob, prijkt het nu hoog in de hitlijsten. Toen ik jaren geleden vertelde dat ik van Zuid-Koreaanse popmuziek hield, werd ik gewoon uitgelachen alsof ik naar obscure alienmuziek luisterde, vandaag weet haast iedereen wat het is. 
Net als de Belgische promotor van K-Pop begon het voor mij ook in 2009, in Dublin. Ik logeerde er bij een vriend en nadat ik hem vertelde dat ik naar J-Pop (Japanse popmuziek) luisterde reageerde hij enthousiast: “Dan moet je ook es echt naar K-Pop luisteren!”, vervolgens werd er avondenlang K-Pop gespeeld, naar Koreaanse films en series gekeken, kortom, ik werd helemaal ondergedompeld in de Zuid-Koreaanse cultuur. Na die logeertrip wist ik: ik wil òòk naar Zuid-Korea. Wat ik dan ook heb gedaan. 

Men zegt vaak dat BTS de eerste K-Pop band is die internationaal doorbrak. Klopt niet. Dat was Big Bang. 



K-Pop dus. Het is een industrie zo groot als Bollywood om maar es lekker te overdrijven. In het Westen denkt men vaak dat Zuid-Korea en Japan inwisselbaar zijn. Totààl niet. Zelfs ik die zich al jarenlang bezighield met beide culturen schrok zo hard van de verschillen eenmaal in Seoul (Japan had ik al bezocht). Zuid-Korea is hét land van de plastische chirurgie, zelfs in de luchthaven wordt er reclame rond gemaakt, in Japan wordt net de schoonheid van de imperfectie bejubeld. Zuid-Korea is meer naar het Westen gericht (dat hoor je ook aan K-Pop), Japan vooral naar de eigen Japanse cultuur. Zuid-Koreanen zijn mondiger, Japanners beleefder en gereserveerder. De manga-, animécultuur, de cultus van het schattige (kawaii) is alomtegenwoordig in Japan, in Zuid-Korea minder. Enzovoort. 

Wat wel sterk overeenkomt is natuurlijk hun werkethiek en de werking van de muziekbizz. In Japan worden jonge kinderen al ingelijfd (10 jaar is echt geen uitzondering) en bikkelhard getraind om later idolen te worden. In Zuid-Korea zijn ze gemiddeld iets ouder, doch is de training eveneens keihard. Ze slapen in dorms en zijn van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat in de weer om klaargestoomd te worden voor een ‘debuut’ dat misschien nooit komt. Eenmaal gedebuteerd is het nog geen luilekkerbestaan: u weet misschien wel hoe hard het leven van een idool kan zijn in Zuid-Korea en Japan. Oververmoeidheid, ondervoeding hoort er gewoon bij. 
Wat overigens wel grappig is, is dat je zowel in Tokio als in Seoul districten hebt om idols te spotten. In Tokio is dat Akihabara, in Seoul Gangnam. In beide districten geweest en neen, geen idols gezien. 




Alhoewel BTS niet de eerste K-Pop band is met internationaal succes (wat ik ook humor vind is dat Japanners het totaal niet lijkt te interesseren of ze internationaal scoren) is het natuurlijk wel de eerste band die zo waanzinnig goed verkoopt. En dat voor een band waarvan er slechts een vloeiend Engels spreekt. Geniale zet van hun label om naar het Engels over te stappen want ja, veel Amerikanen vinden het gewoon leuker als iedereen gewoon in het Engels zingt. Spaans kàn nog. 
Voor mij persoonlijk heeft het Zuid-Koreaans z’n charme, ook al weet ik niet eens waar de song over gaat. Zo heb ik BTS ook leren kennen, lang voor het overdonderende succes. Als een leuke K-Pop band met knappe gasten die muzikaal boven de andere groepen uitstak. Ik werd instant fan. En nu ligt de wereld aan hun voeten. 

In een K-Pop, J-Pop band heeft elk lid z’n taak, ook daarin zijn ze onnoemelijk hard. Je hebt de knappe leden die voor de visuals zorgen, de rappers, de dansers, de vocals en de leader. Iedereen heeft vrede met z’n plaats omdat het gewoon zo ìs. Daar beslist het label over. Zelden is het zo dat een lid àlle rollen bij elkaar sprokkelt maar dat is dus alweer buiten de superidols van BTS gerekend: het jongste lid, Jungkook, is er alles behalve de leader. Het meest verlegen lid van ze allen die amper een woord durft uit te brengen werd het meest naar voren geschoven. En het wérkt. 




woensdag 20 juni 2018

Japan! Brazil! (2)

Jaren en jaren geleden, meer dan vijf jaar terug, schreef ik op deze blog dat het mijn droom was om ooit naar Japan en Brazilië te reizen. Brazilië een droom sinds m’n studentenjaren: Bossa Nova (!), Japan sinds ik als een blok viel voor animé en manga. Nog wat later kon ik er Zuid-Korea aan toevoegen, want daar hebben ze K-Pop. Maar bovenal toch Japan en Brazilië. Ondertussen heb ik Japan twee keer bezocht, ik dacht: 1 keer is niet genoeg (2 keer eigenlijk ook niet), en heb m’n ticket naar Brazilië. En in Zuid-Korea heb ik trouwens ook rondgewaard. Je kan moeilijk zeggen dat ik niet weet wat ik wil.
Maar eigenlijk waren het Tokio en Rio de Janeiro die me beiden als geen andere steden wisten te fascineren. En nu ik me de laatste weken meer vastbijt in Rio de Janeiro verbaast het me hoe verschillend die twee steden zijn. Of liever gezegd, ik bedoel: verbaast het me dat ik door die twee zo totaal verschillende steden zo gefascineerd kan zijn. 



Tokio: is een extreem georganiseerde metropool. Think Deutsche Pünktlichkeit und Gründlichkeit in het veelvoud. Het is een van de meest stedelijkste steden ter wereld (zoniet de stedelijkste), een metropool van miljoenen en miljoenen mensen op een mierenhoop en toch heel monocultureel: als je voorbij de centrumwijken (en wijken zijn daar steden) als Shibuya, Shinjuku, Akihabara etc. gaat, tref je er bijna uitsluitend Japanners aan. Voor een West-Europeaan is die monocultuur best een cultuurshock. 
Ook: Japanners zijn verder tot in de puntjes verzorgd, je ziet ze niet in sweatpants of zwemshort over straat lopen, tenzij het extreme coole sweatpants of zwemshorts zijn. Ze zijn nooit luidruchtig, tonen geen extreme emoties naar de buitenwereld toe. 
Rio de Janeiro (naar wat ik hoor en lees): is een ongeorganiseerde metropool. Ik ben nog niet vertrokken en m’n hotelboeking bezorgde me al enkele dagen kopzorgen. Of kijk alleen maar es hoe de stad is opgebouwd: ongerepte natuur tussen grootstedelijke wijken en dit zonder enige échte planning lijkt het wel. Men heeft me verteld dat het vooral een ruwe stad is. Haha, en Tokio is zo clean, in menig opzicht. Wat voor mij dan geen cultuurshock zal zijn is de multicultuur. En anders dan Japanners lijken de inwoners van Rio de Janeiro altijd op weg te zijn naar het strand of de Sambales. Zuiders en expressief. 
Het verschil uit zich misschien het best in de muziek: J-Pop is ingenieuze pop, duidelijk gemaakt vanuit het verstand. Heel anders dan Braziliaanse pop die warm aanvoelt, duidelijk gemaakt vanuit de buik, het gevoel. Ik hou van beide soorten. 
Hopelijk zijn Brazilianen op hun eigen manier net zo leuk als Japanners. 




vrijdag 30 maart 2018

Het begon bij Spirited Away

Bij tijd en wijle verbaast het me dat velen onder ons ‘crazy’ zijn op sommige landen, zelfs zonder ooit een voet in dat land te hebben gezet. India komt vaak voorbij. Da’s een droombestemming van velen. Niet die van mij. China hoor ik ook wel es. Verder Frankrijk, Italie etc. etc. Het heeft te maken met een gevoel, vermoed ik. Een drang naar een exotisme dat bij je lijkt te horen en je in eigen omgeving niet vindt.
Mijn enige droombestemming was lange tijd sinds m’n studententijd Brazilië. Dat verhaal begon met Bossa Nova. Love at the first encounter. Ik zocht me vervolgens gek naar Bossa Nova in een tijd waarin je nog muziek ging halen in cd-winkels en bibliotheken. Ik deed er dus werkelijk moeite voor. En droomde van Rio. Rio di Janeiro. Die liefde heb ik nooit losgelaten. Ik droom nog steeds van Rio di Janeiro.
Japan was absoluut niet on my mind toen ik zo’n tien jaar geleden in de plaatselijke videotheek rondliep en het gevoel had alle voor mij interessante films te hebben gezien. Dit was een plaatselijke videotheek waar er doorgaans de meest populaire films werden aangekocht. En ik hou doorgaans niet van de meest populaire films.
M’n blik viel op Spirited Away, voordien had ik die film niet eens in overweging genomen maar de eigenaar wist me te overtuigen. En ik werd nieuwsgierig.


Het begon bij Spirited Away en het ontaardde in een ‘crazy’ love voor Japan. Die film raakte me, die film raakte me zo erg dat ik meteen en liefst zo snel mogelijk alle Studio Ghibli films ging opzoeken. Wat ik niet vond in videotheken werd gedownload. En nadat ik eenmaal de meeste Ghibli classics mocht bewonderen zette ik de voorzichtige stap naar manga. Dat gebeurde heel natuurlijk. Sowieso was ik kind aan huis in de plaatselijke stripwinkel (die overigens wél een goeie collectie had), een typisch Wapanese meisje gekleed als een blanke Japanse Lolita zag ik er manga kopen. In m’n honger naar meer pop culture Japans sprak ik haar aan en ze raadde me Nana aan. Schot in de roos.

Vanaf m’n ontdekking van de animé en manga droomde ik ervan om naar Japan te gaan. Japan en Brazilië.
Ondertussen, zo’n 10 jaar later, heb ik Japan twee keer bezocht. De eerste keer was ik angstbenauwd; ging helemaal alleen naar een uiterst ver land dat ik enkel adoreerde via animé, manga en films. Helemaal alleen zo ver reizen voelde sowieso eng aan en stel je voor dat het tegenviel? Waar was ik dan met m’n ‘crazy’ love voor Japan?

Die ‘crazy’ love is na twee Japanreizen waarin ik de Japanse cultuur als een buitenstaander werkelijk mocht ervaren nog crazier geworden. Twee keer heb ik in Japan om Japan gehuild: de eerste keer in de metro vanuit Narita Airport op weg naar Tokyo, daar zag ik dat de fictieve beeldvorming die ik had van Japan een werkelijkheid werd. Dat gaf een onbeschrijfelijk gevoel: ‘Eindelijk, eindelijk ben ik hier’. De tweede keer toen ik na m’n laatste Japanreis in het vliegtuig Japan verliet. Een direct gemis. Wat kan ik anders zeggen dan dat het een grote liefde is?
En hoe gekker kan m’n liefde voor Japan nog worden? Nog meer, merk ik, bij het lezen van een boek in welke men de Japanse cultuur probeert uit te diepen en ik alweer een drang krijg om Japan te bezoeken.
Het is een gevoel, vermoed ik, een gevoel van iets exotisch dat me aanspreekt en ik in m’n omgeving mis.