van veel wat

Hello!

Wees welkom op deze pagina. Hij is nog jong, hij is nog fris. Maar we gaan er keihard tegen aan! 


donderdag 30 december 2021

de jaarlijkse ambitie in het culinaire

 Ieder jaar heb ik slechts een échte culinaire ambitie: hazenrug eten. Dit kan banaal klinken en dat is het eigenlijk ook. Ik wil m’n werk heel goed doen, schrijven enzo maar een jaar zonder hazenrug is gewoon raar zolang ik geen vegetariër ben. Hazenrug is gewoon mijn favoriete kostje. Dit jaar heb ik er al een achter de kiezen: ik zag het op de kaart staan en dacht, het is te nemen of te laten. 
Wat wel lief is: als ik naar m’n ouders ga rond de feestdagen eten we mijn lievelingskostje, hazenrug die minstens een week op voorhand besteld moet worden en drinken we een pinot noir van de Bourgognestreek. 
Lekker eten, lekker drinken. 
In België kijk ik uit naar streekgerechten uit Frankrijk. Dat doe ik dus. 

Voor nieuwjaar heb ik mezelf een meergangenmenu gekocht en ja, ik ga het zelf bereiden. Alles heb ik vandaag in huis gehaald en het wordt een zevengangenmenu. Voor mij alleen en ik heb genoeg voor drie personen. Daar ga ik dus drie dagen lang van smullen. Alles bij elkaar valt het wel mee als je weet dat ik er drie dagen zoet mee ben. 

Ik had m’n gedachten op tarbot gezet! Ik werd wakker met het idee: morgen wil ik tarbot eten. Dit heeft een sentimentele waarde: met m’n broer ging ik ooit eten in Dôme Sur Mère en ik bestelde er tarbot. Wist ik veel dat het de duurste vis is, ik ben daar niet echt mee bezig, ik weet amper prijzen, de prijs van een brood weet ik niet eens en dat is de basis. 😆 Ik vergeet dat gewoon. Ik vergelijk best wel in de winkel maar eenmaal thuis weet ik het gewoon niet meer. Als men mij een prijs zegt, weet ik dus niet of het goedkoop is of duur. Ik heb geen enkel referentiekader.

Ik hou zowel van frieten met veel mayonaise en een bickyburger als van pata negra. In Ukkel woonde ik samen met een Bourgondische Nederlandse. Superkritisch is ze. In die periode ging ik vaak naar Amsterdam en ze raadde me de beste tentjes aan. Pata Negra heb ik via haar leren kennen, ben ik haar nog altijd dankbaar voor. Ze raadde me eetgelegenheden aan en in een daarvan serveerden ze pata negra. « Wat is dat? » « Het is een ham die smelt op de tong. » It is. 

Ik ben een kleine eter maar kan er zo ontzettend van genieten. Mijn beste eetervaring: The Jane in Antwerpen met m’n broer, the Battle of the Sommeliers. De slechtste: een restaurant in Knokke met m’n bomma, zowel m’n bomma als ik waren er niet over te spreken. Paling in’t groen, sindsdien nooit meer gegeten. 

Morgen ga ik dus zelf een meergangenmenu voor mezelf preparen. De tarbot kan niet mislukken zei de man van de viswinkel me. Ik wou hem graag geloven. 




woensdag 29 december 2021

geweldig zo 42 mogen worden

Nog ietwat versuft (ne mengs woert ààwer), toch wou ik dit posten: 

No need to lie, ik ga het niet verbloemen, ik ben gewéldig 42 geworden. Dit jaar vond ik het bijzonder: net zoals je dertigste of veertigste een item kan zijn, ik klom net uit een kutjaar en wist op voorhand niet hoe het the most wonderful time of the year zou kunnen worden. En om dan je verjaardagen (tweede kerst, je verjaardag vier je op meerdere dagen) zo te mogen vieren! 
Dat doet wel iets met me. 

Merci à tous! 

Twee videoposts: 

Wakker worden op je verjaardag en het eerste wat je leest, is dat je eerste celebrity crush gestorven is. Toen heb ik letterlijk m’n verdriet een dag uitgesteld. Den George. 



Gisteren voldaan thuiskomen van je verjaardagen en net wanneer je binnenwandelt toevallig een van je favoriete nummers horen op je gsm. 



donderdag 23 december 2021

verschillende kerstverhalen

Alvorens het gefeest volop losbarst, wou ik graag stilstaan bij iets wat soms vergeten wordt. Het lijkt me alsof in onze maatschappij het individu het hoogste goed is, waarin we geen ‘offers’ meer willen opbrengen voor elkaar want we moeten onze vrijheden hebben. Ik kan me vergissen, het lijkt me zo. 
Iets wat ik heel jammer vind: op kerstavond wou ik graag als vrijwilliger daklozen van maaltijden voorzien. Het mag niet: omwille van covid-19 worden vrijwilligers geweerd. Aanvankelijk was ik kwaad hierom maar toen ik de dame aan de lijn kreeg, ik wou UITLEG. Tja, ik heb best wel karakter. 😆 De mensen die me persoonlijk kennen, weten dit. Altijd al gehad. Mensen schrikken wel es als er zo’n klein fijn opdondertje tegen treuzelende stoere werkmannen in de bank zegt dat ze vort moeten maken. 😆 Waarlijk gebeurd, een andere vrouw voor me verliet de bank toen het getreuzel bleef duren en duren. Dan kom ik in actie. Het is sterker dan mezelf: dénk es aan anderen. 

De dame aan de telefoon excuseerde zich (waarom hoeft zij zich te excuseren???) en al snel daagde het me op dat het vooral voor hen lastig werd zonder vrijwilligers. Die misplaatste medelijden met mezelf, een ziekte van de dag. En voor diegenen voor wie die maaltijden zijn bedoeld, voor hen is het pas erg. 

Daklozen. In het Brusselse metrostation zie ik hen. Voor de coronatijden zei ik er sommigen onder hen iedere ochtend vrolijk goeiedag. “Bonjour!”, vooral een dame is me bijgebleven. Plots was ze er, blond, slank, met een dikke jas en skinny jeans. Hoe verder de tijd verstreek, hoe dunner ze werd. Het metrostation was haar woonst, van de ene op de andere dag zag ik haar er niet meer terug. Natuurlijk vraag je je af hoe het met haar zou zijn. De dame die daar aanvankelijk vinnig stond te lachen en wier gezicht en lijf alsmaar meer en meer wegkwijnden. Aan het ergste wil je niet denken. 

Dakloos. Het is snel gebeurd. Vorig jaar werd ik op straat gezet door een ex. Geen geld, schulden. Zijn voorstel was géén voorstel (bij z’n moeder logeren). Dankzij helpende handen, een luisterend oor,  het vertrouwen (van anderen) in mij en een vechtlust om U tegen te zeggen ben ik blijven doorgaan. Makkelijk was het niet met nog es een trauma erbij. Koude lijden in putje winter in een tijdelijke woonst, zelfs niet op de warme sofa mogen slapen bij je vriend, zoiets vergeet je niet. 
Die helpende handen, dat vertrouwen, dat luisterende oor en die vechtlust heb ik daarna vaker moeten aanwenden om met het hoofd boven water te spartelen. 

Daar denk ik ook aan, dit jaar met kerst. Vorige kerst was het een heel ander kerstverhaal. Helpende handen, vertrouwen, luisterende oren, niet te schatten hoeveel ze waard zijn. 

Er zijn zoveel verschillende kerstverhalen. 




coldplay (never knew the hatred they got)

 Niet dat het me stoort, de emmers stront die Coldplay over zich heen krijgt. Het is een band die me zo weinig zegt dat dit me zelfs niet eens was opgevallen. Over de legendarische haat voor Nickelback had ik wel al gehoord, waarschijnlijk de meest gehate band in de geschiedenis van de rockmuziek. Daarvan was ik wel op de hoogte, een band waarvan ik geen enkel woord, geen enkele melodie, laat staan een refrein kan meezingen. Eerlijk, ik dacht dat Coldplay net vooral geliefd was. 

We spoelen terug 2005-2007. Ik zat op een muziekforum waar je geen verkeerd woord over Coldplay mocht neerschrijven of je werd er door het grote leger van Coldplayfans woordelijk afgemaakt. Mij heeft Coldplay nooit wat gezegd, ik vond het een flauw afkooksel van Radiohead (die ik juist wel heel goed vind). Op den duur werd ik het ophemelen beu en waagde me aan enige kritiek. Oh, oh, oh. Mijn muzieksmaak werd meteen in twijfel getrokken door niet een user maar - ik overdrijf - tientallen users. Ik had gevloekt in de kerk. 
‘Ok,’ schreef ik ‘laat me dan es iets horen wat jullie goed vinden.’ Het nummer dat me werd doorgestuurd was een in mijn oren flauw afkooksel, ditmaal niet van Radiohead maar van Kate Bush. Sterker nog: het rook naar regelrechte plagiaat. Ook dat schreef ik op. Oh, oh, oh. Daar was niets van aan en ik kreeg het gevoel als ik op dat moment toch door had gebeten, ik op dat forum persona non grata zou worden verklaard. En toch had ik gelijk, wist ik. 
Maanden later kreeg ik ook gelijk: Coldplay moest toegeven dat ze wel heel vaak naar Running up that Hill van Kate Bush hadden geluisterd alvorens Speed of Sound te componeren. Geen reactie toen ik dit op het forum meldde. Het maakte m’n liefde voor die band er niet groter op maar wat ik begrepen had: daar zwijg je over. 

Zelfde periode, m’n bazin voor wie ik bijkluste is een enorme Coldplayfan. Voor haar is Chris Martin mijn Prince. Toffe, coole, lieve madam dus ik wou haar absoluut niet voor het hoofd stoten door haar te vertellen hoe ik echt over die band denk. 

Kortom, ik heb vooral leren zwijgen over Coldplay. Heel soms durfde ik wel es voorzichtig zeggen: “Nee, ik vind het eigenlijk niks.”, daarbij angstvallig kijkende naar de reactie van m’n gesprekpartner. 

Coldplay stopt in 2025. Ik had verwacht vele huilemoticons te zien onder dit nieuwsbericht, emoticons die medeleven uitdrukken. In de plaats daarvan zag ik voornamelijk vreugdevolle smileys, thumbs ups, vrolijke lachende gezichtjes en een hele resem sarcastische grappige reacties. Huh? Was dat effe schrikken. Jaren, jaren dacht ik alleen te staan hierin. Met terugwerkende kracht heb ik ontdekt dat dit absoluut niet het geval was. Wat een openbaring! Met terugwerkende kracht ook artikels gelezen in The New York Times, the New Yorker, the Guardian die niet bepaald flatterend zijn voor hen. Waarom ontdek ik dit nu pas na meer dan tien jaar erover te zwijgen? 

Chris Martin vroeg zich blijkbaar af waaraan hij al die vernietigende reacties te danken heeft. Ik kan alleen maar voor mezelf spreken, voor mij klinkt het als ongeïnspireerde muziek. Maar da’s een kwestie van smaak en dat hij maar kijkt naar al z’n fans die wel van z’n muziek genieten. 




profiel: recidivist




 De moordende serieverkrachter Steve Bakelmans is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf, hoelang dit in België duurt, is niet echt duidelijk. In zijn geval vertaalt het zich ongeveer naar life with the possibility of parole after 20 years. Ongeveer. Als hij vrijkomt, zou hij nog 15 jaar ter beschikking staan. Een meer dan terechte straf, lijkt me. In de V.S. zou een recidivist als Bakelmans met verkrachting én capital murder in de meeste staten de doodstraf riskeren, hier kan hij vrijkomen na 20 jaar. Verder heb je in de US and A ook staten waar de three strikes and you’re out geldt: na drie veroordelingen, hoe licht ook, kom je de maatschappij niet meer in. Maar daar willen we niet naartoe. 

Dat hij een recidivist zou worden, viel te voorspellen: zijn ASPD-score (antisocial personality disorder: psychopathie of sociopathie) is onvoorstelbaar hoog, hij toont geen enkel berouw, ziet zichzelf als slachtoffer, ontloopt elke verantwoordelijkheid. “Ik vind het erg wat Julie Van Espen is overkomen”, “Ze was op de verkeerde plaats op het verkeerde moment”, met die uitspraken bewees hij des te meer dat hij zichzelf niet als de aanstoker van het kwaad beschouwt, elke schuld wierp hij met deze uitspraken van zich af. Iemand die zijn verantwoordelijkheid blijft ontlopen heeft een torenhoge kans om dezelfde misdaad weer te begaan, iemand die de schuld op anderen, de omgeving, het moment afschuift, zal nooit veranderen. Lost cases. Want hij/zij treft immers geen schuld: het zijn de omstandigheden (en vaak geloven ze dit zelf ook). Sommigen gaan zelfs zover het in de schoenen van het slachtoffer te schuiven. Lost cases. 

Uit nieuwsgierigheid zag ik een stuk of drie parole hearings op video , misschien meer. In een parole hearing moet de dader (de moordenaar) kunnen aantonen waarom hij/zij klaar is om weer deel te nemen aan de samenleving. De parole board heeft dus een gigantische verantwoordelijkheid en veelal werden die verzoeken fijntjes afgewezen. De gruwelijkheid van de daden kan hierin een rol spelen maar in de meeste gevallen was de doorslaggevende reden het nog steeds blijven ontlopen van de eigen verantwoordelijkheid. Alles werd er bijgehaald om het te vergoelijken maar de eigen keuze om die daden te plegen werd achterwege gelaten. Net wat Steve Bakelmans doet. 

Er is een verschil tussen de Steve Bakelmansen en de Oscar Pistoriussen: alhoewel laatstgenoemde hoogstwaarschijnlijk ook een persoonlijkheidsstoornis heeft (psychopathie lijkt me in zijn geval nogal verregaand dus ik vermoed narcisme), Oscar Pistorius beantwoordt niet aan het typische profiel van een recidivist. Na jarenlang als een tikkende tijdbom te hebben rondgelopen, beging hij die vreselijke avond in Pretoria zijn eerste misdaad en alhoewel ik betwijfel of hij werkelijk berouw heeft (ik denk het niet, zijn gedrag voor het feitelijke proces was niet bepaald die van een rouwende minnaar), geloof ik nooit dat hij deze fout nog een tweede keer zal begaan. Al was het maar om het merk ‘Oscar’ te beschermen. Daarnaast heeft hij een vangnet als hij uit de gevangenis komt: een bemiddelde familie die hem met open armen zal ontvangen, zijn diploma. En sommige mensen in Zuid-Afrika zien hem nog steeds als een held. Makkelijk zal het niet zijn maar als hij genoeg door het stof gaat, krijgt hij een tweede kans. Steve Bakelmans kan op dit alles niet terugvallen. Bovendien zijn z’n onverwerkte jeugdtrauma’s ontegensprekelijk veel heftiger dan die van Pistorius. 

Van de gerenommeerde FBI-profiler Mary Ellen O’Toole las ik: ‘De eerste vijf jaar zijn erg belangrijk in het leven van een kind. Dan leert het hoe het anderen moet behandelen. Ouders en andere familieleden zijn rolmodellen maar als die niet deugen, dan leert het niet wat empathie is of normaal sexueel gedrag.’ 

Die afwijking kan nog bijgestuurd worden in de kinderjaren. ‘Child of Rage’ is een interessante documentaire over Beth Thomas die als kind intensieve therapie onderging na verontrustend gedrag te vertonen. De oorzaak hoef je zelfs niet te raden, precies: abusive traumatic upbringing (wat dan voor ‘upbringing’ mag doorgaan). Zij is er het perfecte voorbeeld van dat mits intensieve therapie in de kinderjaren het gedrag bijgestuurd kan worden. Eenmaal volwassen en de hersenen volgroeid zijn, forget it. Alleen, verontrustend gedrag komt meestal pas tot uiting in de volwassenheid. Juist, als het te laat is. 

Anders dan de corona-experten op facebook dicht ik mezelf niet toe, wat deze thematiek betreft, een expert te zijn. Maar na bijna dertig jaar (en dat lees je goed) informatie  hierover te absorberen mag ik er wel iets over schrijven.