van veel wat

Hello!

Wees welkom op deze pagina. Hij is nog jong, hij is nog fris. Maar we gaan er keihard tegen aan! 


zondag 31 oktober 2021

Prince bloggen

 Een ex zei me dat ik m’n beloftes nooit nakom. Wat? Tot zes november blog ik over Prince, en ik hoop dat het interessant blijft. Na 6 november zeg ik waarom. 

Electric Intercourse: 

Kennen jullie de film of de soundtrack van Purple Rain? The Beautiful Ones is mijn favo Princenummer (fok es off als dit alweer niet goed geschreven is). Prince, my purple dahlin (nogmaals: fok es off: privé schrijf ik zoals ik wil) verkoos dit fantastische nummer niet uit te brengen, The Beautiful Ones ging boven een Electric Intercourse.  
Hij heeft laatstgenoemde een keer gespeeld, in First Avenue, Minnealopolis. 







zaterdag 30 oktober 2021

de reismicrobe

 Ik reis graag, dat moge duidelijk zijn. Met mijn ouders gingen we ieder jaar naar Knokke. Ja, het Zoute. Drie weken zaten we op een appartement aldaar, mijn oma kwam de derde week. Het Zouteverhaal werd even onderbroken door Saint Raphaël aan de Azurenkust. En Parijs. Ook door Wenduine met m’n oma. 
In het wildseizoen gingen we naar Durbuy, Sanglier Des Ardennes, gastronomisch dineren. Op m’n derde at ik met drie kussens onder m’n zitvlak een zevengangen menu. 
Een collega van me met jonge kinderen haalde er inspiratie uit: “Stefanie, hoe deden je ouders dat?” Hij voedt zijn kinderen ongeveer op zoals ik ben opgevoed: ze gaan ook naar het theater, naar culturele evenementen, doen op restaurant mee met de volwassenen. 

Vanaf m’n negende deden we Club vakanties: Club Med, Club Aldiana, als kind is dat fantastisch: een vakantie zonder zorgen met veel sport. Ik ben nooit sportief geweest maar ik deed het wel. Ik vind het nog altijd belachelijk als er mensen beweren dat ik niet aan sport deed. 
Over reizen. We deden citytrips: naar Londen, naar Amsterdam, naar New York. Mijn moeder liep er een marathon. Een vriend heb ik Singapore Airlines aangeraden! En hij deed het! 
Vanaf m’n vijftiende ging ik op jeugdvakanties: interrail door Italië, watersportvakanties in Zuid-Frankrijk. Sporku was leuk, Jeugd 2000 was niet tof: al die snobs met hun Calvin Klein petje: ‘We gaan naar Alma toe’ werd er vaak gezongen, bijna huilend hing ik aan de telefoon: “Ik wil hier weg.” 
Na de au pair nachtmerrie vonden m’n ouders me zo zielig dat ze leuke reizen in elkaar flansten: de Documenta in Kassel (een festijn van Hedendaagse Kunst) en alleen naar Amsterdam! Ik ben hen er zo dankbaar voor, toén heb ik geleerd om alleen te reizen: merci, mama, papa! Je leert alleen je plan te trekken. 
Scoutskampen, Bloso zat er sowieso bij. 
Veel reizen en ik mis het. 

De leukste reizen: 
Met mijn ouders: Zwitserland, Pontresina (een dorpje naast Saint Moritz), daar heb ik leren golfen. Daar heb ik na een seconde op het tennisveld te staan de tennisles meteen opgegeven. Er vloog een bal in mijn richting: “Nee, ik doe het niet.” In de Zwitserse bergen trekken, rafting en ondeugend met een vriendin naar Saint Moritz gaan. Alleen die vakantie is een blogbericht waardig. 
Op jeugdvakantie: de interrail door Italië natuurlijk. Natuurlijk. Soms zoek ik mensen van die reis terug op het internet. Afgezien van een Lierse onderneemster heb ik niemand teruggevonden. Samen door Italië trekken schept een band. 
Alleen: Tokio en Oost-Afrika: Rwanda, op safari in Tanzania en Zanzibar. De balans tussen “Wow!” en huilen. Vooral “Wow!” 
Met vrienden: dit is moeilijk te kiezen. Heb ik eigenlijk nooit over nagedacht, met welke vriend was de beste reis? 
Met wie ik qua idee reizen het beste aansloot was de vriend met wie ik naar Parijs, Wenen en Bratislava ging. En ook een ex, Parijs en Zuid-Frankrijk. Vakanties vol cultuur en gastronomie (dat is Katie) Én lectuur (Germanistje). Ook af en toe ondeugend mogen zijn: zo heb ik in Wenen de originele Kus getrokken van Klimt, dat mocht niet. De suppoost: “Heb jij dat schilderij getrokken?” Ik: “Nee, hoor.” Hij nam m’n gsm en het eerste wat hij zag was dat schilderij. Hij kon er wel om lachen. 

Een reis die ik iedereen kan aanraden? Doe es wild, ga op safari. 









vrijdag 29 oktober 2021

Zeg niks tegen iemand als je diens achtergrond niet kent

 17 was ik, ging au pair zijn in Corsica, voor twee maanden. Na twee weken was ik al terug. Op school kreeg ik te horen: “We dachten het wel dat je het niet kon.” 
Wat zij niet weten: het waren nudisten, ik wist dat niet. Ze gingen vaak naar een nudistencamping, de eerste dag al toen ik er aankwam. Ik ben geen nudist en was zeventien. 
Wat zij niet weten: ik kreeg nauwelijks vrij, toen ik vrij had, kwamen ze ‘toevallig’ langs. 
Ook niet geweten: ik leende een fiets om naar een dancing te gaan. De snelweg moest ik op. Onderweg merkte ik: een fiets zonder remmen. Ik ben Katie dus ik zet door, proberen zonder remmen. Op de terugweg in het donker: geen licht. Dat was mijn breekpunt. Naast de autosnelweg op de berm stappen. In het donker, in Corsica. Zeventien. 
“We wisten wel dat je het niet kon.”
Zelf een weg zoeken om naar huis te gaan. Sanny, mijn zwemlerares (als ik kleuter kreeg ik zwemlessen), duiklerares (ik moest leren duiken als tiener) ben ik eeuwig dankbaar. Toevallig was zij ook in Corsica, via haar kwam ik weer in België.
Later klacht ingediend met mijn ouders op het bureau. En mijn ouders gaven Sanny bloemen. 

Onlangs, over Rwanda. 
Alweer: denk es na: ik ben geadopteerd, een Rwandees adoptiekind. Het was de eerste keer in Rwanda. 
Denk es na: ik ben voornamelijk Tutsi. Hallo? 
En ook: Lies Lefever, de comedienne die is gestorven, voor mij blijft ze Liesje. Zij ging ook weer naar Rwanda. Ik ken haar sinds altijd, eigenlijk. Via haar moeder kwam ik naar België. Haar moeder wou niet dat ik naar Rwanda ging maar als ik dan toch ging, bezoek het genocidemuseum. Liesje nam ik in m’n zak mee, in Rwanda. 
Je kan moeilijk aan me vragen om rationeel erover te blijven. 

Denk es na alvorens je iets zegt of schrijft. 

Peace and be wild





olijk én belachelijk wezen in Kigali

 Ik haal mezelf vanalles op het hoofd: drie reizen plannen die je in een korte tijd gaat doen en achteraf: ik ben zo moe, ik heb een jetlag. In elk geval, deed ik het opnieuw: Rwanda, Tanzania en Zanzibar. 
Niet van mijn gewoontes: met het plannen van die reis ben ik anderhalf jaar bezig geweest. Mijn gevoel zei me: “Je gaat niet honderdetot naar Sub Sahara Afrika.” Ik raad het niemand aan dat te doen, zelfs met mijn planning kwam ik voor zoveel onverwachtse momenten. 
Én heel toevallig, de reis was al geboekt, een collega/vriendin: “Hey, ik ben dan ook in Kigali!” Of all places. 
In Kigali logeerde ik in Heaven Boutique Hotel. Fantastisch hotel, Kigali is ook zo mooi! Iedere dag schreef ik naar mijn ouders, naar twee vrienden. Die sms’en over Kigali, Tanzania, Zanzibar zijn er nog.
De dag voor ik naar Tanzania vertrok logeerde ik bij een Antwerpse dame. “Ik heb met mijn collega/vriendin afgesproken.” “Ok, maakt niet om hoe laat je thuiskomt, en ik ga ook uit.” 
Onderweg in de taxi, Kigali is best groot, merkte ik dat ik mijn bankkaart vergeten was. We waren al te ver om terug te keren. In het restaurant van Heaven: “Ik ben mijn bankkaart vergeten.” “Geen probleem, ik heb mijn kaart.” Rijkelijk tafelen, de Rwandese  keuken is superlekker. Ach ja, de word komt nu uit: in Kigali heb ik best veel roomservice besteld. Normaal doe ik dat niet. In Kigali kwam ik zo laat toe en had zo’n honger: roomservice. De toon werd toen gezet. 
Maar dus terug naar de avond voor Tanzania. Rijkelijk tafelen, voluit praten: “Rwandezen zijn zo mooi!” Een waarlijke gedachte. Toen ik landde in Rwanda voelde ik me geïntimideerd. Onze ober leek ook een fotomodel. 
De rekening kwam: ze bleek een verkeerde kaart te hebben. Collega/vriendin beloofde om de volgende dag terug te komen, het pakte niet. Wat moet je dan doen? Je bent in Rwanda, ver van huis, de volgende dag wou ik naar Tanzania. “We can put it on your room.” “I already checked out.” 
Klaar en helder denken. Via internet kan ik misschien betalen, gewoon maar proberen, en het lukte. 
Diezelfde avond hebben ik en mijn collega/vriendin zo hard gelachen, de spanning “Wat moeten we doen in een land ver weg?” moest een weg vinden, zo hard gelachen aan het zwembad van het hotel dat we waarschijnlijk alle mensen hebben wakker gemaakt. Normaal letten we op onze manieren, toen: nee. Niemand riep er: “Hou het effe stiller!” 





Olijk en angstig wezen in Tanzania




Mijn beste trip ooit. Ever. De safari. Althans, het begon niet goed. 

Iets waar ik nu, met mondjesmaat (kleine mondjes), om kan lachen: hetgene wat bijna niemand kan vertellen, hey ik ben Stef, ik maak rare dingen mee, wat bijna niemand kan vertellen: net voor de eerste dag safari op het land werd ik bijna door een vliegtuig weggemaaid. 
Onze gids stelde voor om op een veld rond te lopen, zo apart als ik ben, ging ik op m’n eentje. 
Het werd tijd om terug te keren, toevallig keek ik opzij en zag een vliegtuig. Recht op me afkomen. 
Dit meisje hier heeft atletiek gedaan, lopen kàn ik. Mijn persoonlijke record was, denk ik, op dat moment: rennen voor je leven. 
Een kwartier was ik er niet goed van, én spreek me er niet op aan. Al begrijp ik dat het heel grappig is. 
De eerste giraffen zien, op safari zie je òveral giraffen, gingen aan me voorbij. Pas na een kwartier kon ik genieten van de beste trip Ever. Dankzij mij staat er voor dat safaripark een bord met: let op voor aankomende vliegtuigen.



Ook in Tanzania, dierenliefhebbers: lees dit niet. 
We vonden het leuk om in het naburige dorpje bier te drinken. Heel lieve mensen, het bier werd er geschonken. “Santé!” 
Een safarigenoot merkte op dat een kip in een hok andere kippen de pest aandeed, zeg gewoon mishandelde. Wij: “Dit kan niet!” In de hoop dat de andere kippen rustig konden blijven, deden we verontwaardig ons verhaal. Opgelucht dat er een dame kwam naar het kippenhok: high five! 
Die ene agressieve kip werd de nek omgedraaid. Daar zaten we dan met onze ‘high five’. Bloed overal, hadden we maar niks gezegd. Ze werd op de barbecue gegooid: “No, thank you.”