van veel wat

Hello!

Wees welkom op deze pagina. Hij is nog jong, hij is nog fris. Maar we gaan er keihard tegen aan! 


woensdag 8 december 2021

menselijke evolutie in animatie

 Een van de meest wonderbaarlijke feiten vind ik dat walvisachtigen (dus ook dolfijnen) aanvankelijk op het land leefden op poten en al. 

Hier een animatiefilmpje over de evolutie van de mensheid die we nog steeds zijn. 



maandag 6 december 2021

voor Frank en zijn naasten

Nu mag ik wél een naam noemen, Frank Van der Auwera. Jaren geleden had ik geblogd over een mode-icoon, Francine, zij die Kenzo naar Antwerpen bracht, dit blogbericht gaat over Frank. 

Een bevlogen man. Een hele avond lang sprak hij over allerlei zaken en aan het einde van de avond: «Je moet es komen, wijn proeven.» 
Het wijn proeven is er nooit van gekomen, heb ik nu dikke spijt van. 
Je kon hem alles vragen. Een vraag en je kreeg de beste uitleg. Een man met humor, een man met zoveel kennis. 
Een wijnicoon. Maar net als Francine vooral lief, begaan. Iemand die je nooit vergeet. 




zondag 5 december 2021

gedelibereerd worden in het secundair

Handvaardigheid is nooit mijn beste vak geweest. Op de Dams leerden we haken, naaien, breien. Ik kon dat allemaal niet. Te vaak kwam het voor dat m’n oma m’n breistukken (het was werkelijk stuk) uit elkaar haalde en zij mijn breiwerk afmaakte.
Op de Steinerschool kregen we Schrijnerwerkerij. Leuk om de beginselen te hebben gezien maar ik wil dat eigenlijk niet meer doen. Het eindproject was een meubel maken naar keuze. Je kan het al voorstellen dat ik compleet faalde. 

Toffe leraar, van hem kregen we ook architectuurtekenen en nog andere vakken die ik niet meer weet. Ik ben hem eeuwig dankbaar dat hij me in het zesde jaar heeft gedelibereerd voor zijn vak. 
Hij heeft nu een eigen bedrijf, creatieve man. 

Mijn onmogelijke zelfgekozen project voor hem was: de Zig Zag stoel van Gerrit Rietveld. Nu kan ik erom lachen maar ik was toen echt serieus. Er zat een naïeve soort beredenering achter. In het bureau van m’n vader zocht ik in een designboek de stoel uit waar het minste werk aan leek. Leek. Het werd de Zig Zag stoel van Gerrit Rietveld. 
«Stefanie, je kunt dat nooit! Je moet daar echt wel kennis voor hebben!» Ik bleef doorzetten. Nadat hij me zo vaak had gezegd dat enkel de knapste koppen die stoel kunnen maken, liet hij me doen. Tuurlijk mislukte het. 
De goeie intentie was er, de handvaardigheid, de kennis, de capaciteit ontbrak. Lief voor die deliberatie. Jong en koppig zijn. 





een huis vol design

 Gisteren was ik bij een vriendin en dacht: dìt herken ik! Designstukken. « Jij hebt een Panton! »  Ik ben opgegroeid met design. Haha. Als kind kwamen we vaak bij Interdesign (een toenmalige winkel bij de Wilde Zee), m’n broer en ik ‘vochten’ er om in een lounge chair van Le Corbusier te liggen. 
Mijn favoriete stoel thuis, was de stoel waar m’n broer altijd in zat. Toen hij naar Koksijde ging, hotelschool, heb ik die ingepalmd, onze ‘worstenstoel’, zo noemden we hem. Een Bibendum. Eileen Gray Bibendum chair, in elke houding whatsoever zat je er lekker in. 
Een ex en z’n moeder wilden zaken waar ik mee ben opgegroeid wegsmijten. Waar ik het nog steeds moeilijk mee heb is dat een collector’s item montuur zomaar is weggesmeten, het had voor mij een sentimentele waarde. Dat doe je toch niet? 
In elk geval vond ik het leuk in Heverlee te zien dat iemand beseft wat dingen waard zijn. Een Picasso: typisch Picasso: met een lijn een schitterende vogel. 
Ik heb een kunstwerk dat iemand zomaar in een kelder heeft gesmeten. Dat doe je toch niet? 

Ik koester zaken. Een paar dingen heb ik nog kunnen recupereren. 

Herken je dat, als je moeder zegt: « Ik draag het niet meer, wil jij dat? » en jij: « Ja! Ja!» Mijn ouders hebben een gewéldige smaak, een vriend van mij z’n moeder ook. «Wtf, da’s keimooi!» «Van m’n moeder.» 
Eigenlijk zou het omgekeerd moeten zijn: dat je ouders ouwbollig zijn en jij het voortouw trekt. In mijn geval is het net omgekeerd. 




vrijdag 3 december 2021

wat ik vergeten was

 Tijdens een helse periode waar ik uitkom, vergeet je snel wat je mist: gaan werken. Ik werk graag. Blij toe dat het weekend is MAAR ik werk ook graag. Mijn leerlingen geven me energie, mijn collega’s ook. 

Bijna 10 jaar geleden begon ik voor de Brusselse instelling. Al heel snel had ik door: hier wil ik langer blijven. Later woon je samen met een narcist die je de dieperik in tuimelt, jaren later met iemand die je mishandelt (sorry, ik kan het niet anders zeggen en eigenlijk heb ik geen zin meer om dat abuse hier nog te vernoemen. De goeie momenten waren de beste haast ooit, de slechte verschrikkelijk) en dan wordt je geliefde werk je te zwaar. 

Toen ik terugkwam, wist ik het weer: ik miste mijn collega’s, mijn leerlingen. Ik HOU van kennis overbrengen, de leerkracht zijn die ikzelf wou hebben. Kennis overdragen mét oog voor ieders persoonlijkheid.
In mijn beginjaren was ik een push-over, ondertussen is dat geminderd. Ik hou ervan mijn leerlingen te boeien met wat ik te vertellen heb en hen vooràl inzicht te doen krijgen in taal. Ik daag mezelf soms uit, dat zijn de leukste wedstrijden: wedstrijden met mezelf. Hoe kan ik m’n lessen verbeteren? Op zo’n korte mogelijke wijze zoveel mogelijk kennis overdragen dat blijft hangen en waarbij ze niet het gevoel hebben dat ze aan het leren zijn, zich amuseren met andere woorden. Horen: « Is de les nu al gedaan? » Dààr ga ik voor.

Eigenlijk ben ik een leerkracht pur sang, maar dat heb ik lang niet geweten.