van veel wat

Hello!

Wees welkom op deze pagina. Hij is nog jong, hij is nog fris. Maar we gaan er keihard tegen aan! 


donderdag 28 oktober 2021

olijk, op het allereerste Europese Jeugdfilmfestival

We schrijven februari 1989. Het eerste Europese Jeugdfilmfestival in Antwerpen. In de Jeugdbioscoop van de Cartoon’s. Je moest auditie doen om geselecteerd te worden om als jurylid te horen bij de jeugdjury. Sommige mensen schreven naar de krant, mijn auditie was kort: ze hoort erbij, ik zag sowieso veel films in de Cartoon’s. Ook al was ik 9 jaar. 

Het jongste kinderjurylid werd ik.

Je kan het een pest noemen, voor ons was het een luxe: 2 films bekijken elke dag in een krokusvakantie. Erna over praten. Een middag werden we op pannenkoeken getrakteerd in een bekende pannenkoekenzaak. 

Op het Theaterplein kozen we voor ons de beste film en wie het mocht aankondigen. Alle namen in een potje, dat soort dingen. Ik ging naar de wc, kwam terug van het sanitair (de pot klinkt te plat in de context) en hoorde: “Jij bent het!” De film: De Zomer van De Valk. 

Zo’n moment vergeet je noooooit meer. De pers erbij. Toenertijd had ik een, typisch Anwerpse grote bek, die werd heel stilletjes voor de camera’s. Een microfoon voor je en vertellen op een leesbrief wat de kinderjurylid had verkozen. Eerst stokte ik, daarna zei men mij dat het vlot ging. 

Leuke jeugdherinnering: ik kwam ermee op televisie, in de kranten. Wat me vooral bijblijft is: veel films zien! 



woensdag 27 oktober 2021

back @work in Brussel na afwezigheidsmaanden

 Begin deze week begon ik weer in Brussel te werken na een langdurige afwezigheid, de reden hiervoor staat op m’n blog: soms lukt het je gewoon niet meer door externe factoren. 
De eerste dag was het wénnen: het gependel Antwerpen - Brussel. Die belachelijke drukte op het openbaar vervoer: jezelf de Brusselse metro inproppen, ik was het een beetje verleerd. Een waar gependel is het: tram, trein, tram, metro. Dat ik dit ooit in een promofilmpje relaxed noemde. 
Het schrijnende beeld van daklozen op matrassen in het metrostation. Tijdens m’n afwezigheid kwam ik zelden nog in Brussel. Jaren terug, was het zelfs schrijnender in Brussel. Rijen met matrassen rond het Zuidstation, vaak zag je mensen op straat slapen. 

Op het werk was het de eerste dag ook wennen, alsof het er mijn àllereerste dag ooit was! Maar ja, oude gewoontes verleer je niet, ook al is er veel veranderd tijdens mijn afwezigheid. 
Ongelooflijk lief en warm werd ik terug verwelkomd, in de drie talen die we er hoofdzakelijk spreken: Nederlands, Frans en Engels. Werd weer op weg geholpen. Sommigen wisten niet eens dat ik lang was weggebleven: werken in andere centra van de institution of telewerk. Ik hoef dus niet meer elke weekdag te pendelen naar Brussel. 
Ooit wil ik na het werk Brussel weer verkennen, zoveel plaatsen waar ik beschamend lang niet meer geweest ben.



maandag 25 oktober 2021

Als je verliefd bent

Verliefd zijn, echt verliefd zijn, is zaken bij elkaar ontdekken die zo intiem zijn waar geen ander weet over heeft: geen idee of mijn psychopaat werkelijk verliefd was op me. Ik denk het niet. Iemand die je graag ziet, verneder je niet. Hij zag wel zaken die niemand anders zag: een vlek op mijn onderrug « Huh? » en nog andere zaken waarvoor ik onderzoeken heb gedaan. Is dat liefde? Bij hem denk ik eerder psychopathie: iemand door en door willen kennen om er later misbruik van te willen maken. Which he did. 
Alles vertellen en erna het tegen je gebruikt zien, doet heel veel pijn. Klootzak. 
Ik was écht verliefd: was de eerste die hoorde dat hij een hartprobleem heeft. Later ben ik er boos om geworden: hoe komt het dat ik de eerste ben die dat heeft ontdekt? Alsof ik de eerste was die op zijn borstkas lag! 
Dat heet verliefd zijn: je zorgen maken om iemand. 
Dat gevoel wil ik opnieuw. Ach ja. 
Mijn logica zegt: no! Met mijn gevoel ben ik nog steeds bij die verslavende man, de psychopaat. Contact houden doe ik niet meer, ik mag wel liefdesverdriet hebben. 
Ik heb nog nooit, nog nooit een man zo graag gezien. Jammer van die psychopathie. 







de underdog die verder schrijft

 


Ik ben een beetje een underdog, word vaak onderschat. Klein, fijn, lacherig, verstrooid. Naïef. 
Mijn verantwoordelijken geloofden wel in mij, mijn ouders ook, sommige vrienden ook. De psychopaat niet.
 Op een examenronde wou ik vooral mezelf blijven: spontaan met een NT2-achtergrond, creatief, een Germaniste die snel kan antwoorden op taalkundige zaken. Mijn diploma kreeg ik echt niet cadeau. Door m’n schooljaren fietste ik heen, pas op het unief heb ik geleerd wat studeren is. Blij toe. 

Op de examenronde zette ik er een extra tandje bij. Ik werd de tweede. Naar mijn vader bellen: « Papa, papa! » 

Vaak ook mensen geholpen: ik help graag mensen: naastenliefde, op de Dams geleerd. ‘Gaudere et Bene Facere’, Zelfs als het stom werd: zelden zoveel gegeten als tijdens de Vasten. Eten voor het goede doel. 
 
Als je klein en fijn bent denken mensen vaak dat je niks kan. “Je bent zo schattig.”  Je doet een relaas en: “Je bent zo schattig.” Een Bulderstronk ben ik niet. 

Wie is Katie? Klein, fijn, een ineengestampte Tutsi. Een mix, lijk meer Ethiopisch. De zusters in het weeshuis schreven dat ik een mix ben, een mix die weet wat ze wilt. Via een DNA-test bleek ik ook Masaai te zijn. Mijn natuurlijke haarkleur is zelfs rossig, je snapt het niet. 

De underdog die alleen op reis ging, op verre reis. Natuurlijk was ik bang én terecht! Bijna door een vliegtuig omver gemaaid, gevlucht voor een kerel in Rio de Janeiro, in Seoul bijna alles verloren. In Tanzania gehuild: « Mama, papa, ik raak niet meer in Zanzibar! » 
Het vormt je wel: als je alleen op jezelf bent aangewezen. Snel denken: hoe kom ik uit deze situatie? De moeder van de psychopaat zei dat ik die reizen deed om me te bewijzen. I beg you pardon? Ik WOU die landen, die steden zien. 
Op mijn verdere lijstje staat Noord-Korea en Hong Kong. De rossige Afrikaanse underdog in Oost-Azië. 

En deze foto: Halloween in Tokio, it’s tha best!




zondag 24 oktober 2021

Olijk zijn op de Meir



De meeste schooljaren heb ik versleten op de Dams. Dames van het Christelijke Onderwijs. Er zijn mensen die er minder leuk over vertellen, ik doe het nét wél! 
Met je Samsonite wachten op je broer op de Wapper die van het Sint Jan komt. Bart Peeters kwam voorbij: hij wilde uniformkindjes filmen die gekke bekken trokken voor de camera. 

De Dams, in die jaren was het een meisjesschool. Heel streng. De nadruk lag op presteren. Heel katholiek. Naastenliefde moest er zijn. Vrij snobistisch. Chipie, Chevignon en Oilily. Toch ging ik er graag. 

Vriendinnetjes: 

Amélie, haar vader kent mijn ouders nog voor ik naar België kwam, voor mijn geboorte zelfs. We hadden een kapsalon in Wilrijk, haar vader was er vaste klant. De verhuis van Wilrijk naar de Jan Van Rijswijcklaan. 
Met Amélie zat ik in de klas, verjaardagsfeestjes! Coole non nonsens dame en prachtig om te zien, heel intelligent. Je zegt iets, en ze weet het. “Is dat Andy Warhol?”, vroeg ze ooit met mijn badge om van, ja, de kunstenaar. 

Anekdote: we waren heel jong, echt nog kind. “Laten we naar de cinema gaan!” We kozen Ghost, in de Calypso. Zowel Amélie als ik werden niet ‘klein’ gehouden: onze ouders behandelden ons als kleine volwassenen. 
Tijdens de pauze, voor de film begon naar het toilet. Een dame vroeg ons: “Zitten jullie wel in de juiste film?” Wij: “Ja” verbaasd waarom ze het vroeg. 
Coole dame! 

Julie, haar zag ik zes op de zeven dagen: in de klas, in de scouts. Ik werd haar nooit beu. Toenertijd een echte snoeper, dik werd ze nooit. Ook een leuke meid om te zien. Als kind een kwaajongen, later werd ze meer meisjesachtig. Een grote mond, dat siert haar wel. 

Anekdote: er zijn er zoveel. We liepen op de Meir naar school. Ingeborg kwam voorbij. Geen idee wat ze ‘s ochtends in Antwerpen deed, ze kwam voorbij. Een sjaal om en ze wou duidelijk niet herkend worden. Het was net iets na het songfestival ‘Door de Wind’. 
Het niet herkend worden was buiten ons gerekend: “Bent u Ingeborg?” Hoe reageer je op snotjoenk?: “Ja” Julie riep: “Ingeborg! Ingeborg!” daar ging haar vermomming. Ze gaf ons snel foto’s met een handtekening. 

Sepherine, ze komt uit een advocatenfamilie. Steevast met een frans accent: “Ik ga med u spelen” en toch niet franstalig. Op de school waar ik heen ging zaten heel veel franstaligen (van mij zeggen ze ook dat ik dat accent heb, van Julie destijds ook, daar is de oorzaak. Waarschijnlijk). Ze woonde in Berchem, in een prachtig huis. Blond, bruine ogen, als kind was ze al mooi. 
Geen anekdotes met haar. Hoeft ook niet altijd. 
Zij is een van die leuke meiden met wie je een leuke babbel kan doen. Destijds woonde ze op het Zurenborg. 

De dames van ‘t Stad.