van veel wat

Hello!

Wees welkom op deze pagina. Hij is nog jong, hij is nog fris. Maar we gaan er keihard tegen aan! 


maandag 18 oktober 2021

het olijke tweetal op het Antwerpse Zuid

 Uit nood - stalking is een goed excuus - moest ik verhuizen. Op naar het Antwerpse Zuid. Minstens twee keer per week zag ik er Madeleine (omwille van privacy ook hier een andere naam). Ik val in herhaling, ook weer, alweer een knappe dame. 
Iets waar ik me vrij ongemakkelijk bij voel, een vriend zei me ooit: “Al jouw vrienden zijn knap.”, een opmerking waarbij ik van m’n stoel viel. Op dàt moment ben ik m’n vrienden anders gaan bekijken. Maar voor mij zijn het gewoon mijn vrienden. 
Op het Antwerpse Zuid. Madeleine, gemiddeld qua gestalte, slank, een soort Sneeuwwitje, een plaatje. Haar zag ik minstens twee keer per week in den Hopper. Het olijke achttal bleef, we hielden thuiscafés, kan je voorstellen.

Anekdote: een vriend nodigde me uit om naar de opname van ‘Tegen De Sterren Op’ te gaan, in Vilvoorde. “Ga je mee?”, dat was de allereerste opname, het programma moest nog op televisie verschijnen. Ik mocht backstage. Nadien, hup weer naar Antwerpen, naar het thuiscafé. “Ik ben bij VTM geweest!” Een paar dagen later hoorde ik op de bus mensen over het programma praten. Huh? 
Het is beschamend hoe weinig ik in die periode wist over het televisielandschap. 

 Op het Zuid kwam er een olijk tweetal bij. Een olijk tweetal dat naar Prince luisterde, zijn concerten bijwoonde en de dag nadien schor van het juichen euforisch in de Hopper zat. Een hele stoet aan vrienden, kennissen leerde ik via haar kennen: een rolletje gekregen in Circus Bulderdrang. Artiesten mocht ontvangen op Zuiderzinnen. Een van m’n idolen, Remco Campert ontmoet. 
Zuiderzinnen. Een studiegenootje, met haar deed ik een studentenjob in Gent waar òòk veel valt over te vertellen (we kwamen in opstand tegen het beleid, we staakten), zag ik er toevallig. Een ex van een journalist/schrijver. Raar maar, zal ik het schrijven: superleuk om elkaar weer in die setting te ontmoeten. Van Gent naar Antwerpen. 
Wijlen Luc De Vos. “Ik moet pipike doen.”, nadien maakte hij me met een knipoog belachelijk op het podium. Chris Lomme, iedereen is een beetje verliefd op Chris Lomme. Veel schrijvers, artiesten ontmoet, Zuiderzinnen mis ik: het was een feestje op een zondag.

Het olijke tweetal werd uitgebreider. Ik had er een nieuwe vriendenkring bij. 

Madeleine heeft me vaak uit nood geholpen. Het valt met geen woorden te vatten wat ze allemaal heeft gedaan. Sneeuwwitje. 





het olijke achttal rond het Mechelseplein in Antwerpen

De overgang van Gent weer naar Antwerpen was niet eenvoudig. Het heeft een jaar geduurd eer ik weer close maatjes had, een clubje, een kliekje te vinden. Een noemde ons ‘de vriendenkring’. Dat zijn we! Nog steeds (wel uitgebreider). 

Namen, het is moeilijk om nieuwe namen te bedenken die (hopelijk) bij hen passen. Ditmaal lukt het me niet echt om acht passende namen te bedenken. Een gok:
Meryll (naar Marilyn Monroe: intelligente veelzijdige dame, je kan haar een aardappelzak omdoen, ze ziet er nog superknap uit), Madelief (naar de bloem, superschattige meid mét ZELFS kuiltjes, het allermooiste haar, lief gezichtje), Heidi (geen idee waarom Heidi. Ze is blond met blauwe ogen. Llleuke meid, prachtige ogen en zo open van geest), Mathilde (een soort, tja, als een (positief!) duiveltje uit een doosje: belachelijk veelzijdig, noem iets en ze weet het, knappe verschijning, Duits accentje). 
De mannen: Jim (een soort Jim Morrison. Eeuwig jong, eeuwig aantrekkelijk, eeuwig apart), Brian (naar Brian May, een voortreffelijke muzikant en voortreffelijk slim. Krullen, knapper dan Brian May. Zeg maar ronduit knap, ronduit lief). Jopie (vindt hij vast niet erg. Hij heeft een Jopie gehalte: zo’n lieve man! Nederlander met een Spaans uiterlijk, alwéér knappe man, die je neemt voor wie je lief bent. Maar echt heel goed weet wat hij wilt). 
En ik Katie. Nog steeds te dun, weliswaar wat dikker dan in m’n studentenjaren, en liep voornamelijk rond in tweedehands of outlet of van m’n moeder gekregen designerkledij. Demeulemeester, Margiela, you know it. Nog steeds ‘wild’ maar tòch iets minder onstuimig dan voorheen. 

De namen zijn klaar (de vriendenkring werd erna uitgebreider)

Met Meryll, antropologe, filosofe, onderlegd in kunst (een kennis van hier tot in Jacamaca) had ik het plan om een krant te stichten, een krant die het positieve nieuws zou brengen. Twee leerling fotografen stapten mee in het plan en I kid you not, via via had ik Jan Decleir gestrikt, voor een eerste interview. Diezelfde avond ging het niet door, triest: Hans Van Temsche op tocht door Antwerpen. De krant werd diezelfde avond afgeblazen. 
Het was een mooi idee. 

Met sommigen onder hen naar Humo’s Rock Rally: Jim deed mee. Wat ik vooral onthouden heb is onze helse cross om de trein van Mechelen weer naar Antwerpen te halen, nipt gehaald. Een ex vertelde me dat hij ook speelde op een Humo’s Rally en het net niet haalde. 

We hadden plannen, grootse plannen: een huis te kopen en bij elkaar blijven. Jaren later had ik zo’n Friends huis in Brussel, Ukkel. In Antwerpen, niet echt. Doch: we zijn een vriendenkring. 

Wat deden we: spontane feestjes met Jopie als DJ in den Aap, in het huis van Jim. Naar de kelder gaan om een spontaan concert van Jim met Brian bij te wonen. Het was voornamelijk een artistieke tijd, toen kon dat nog. Twintiger zijn in Antwerpen. Jong en een hoofd vol dromen. 

Een moment (fantasie)

Jim (enthousiast) : Hey, we gaan naar …
Niemand reageert
Meryll keek in een kaars: “Ik weet niet waarom, ze lijken interessant.”
Madelelief, in dezelfde kaars kijkende: “Bwa.”
Dan kwam Brian, ook enthousiast: “Komaan, ik ben ervoor!” 
Jopie: “Kijk, ik vind het goed maar als er niet zoveel mensen voor zijn, kunnen we het hier beter gezellig houden.”
Mathilde, een saf rollende, “ Dat is een beter plan.” 
Heidi: “Waar is de deur?”
Jim: “Ok, maar dan gaan we nu jammen!”

De vriendenkring is uitgebreider geworden, blij toe. 






zondag 17 oktober 2021

het olijke viertal in Gent

Dit gaat over mijn Gentse studentenjaren. Omwille van privacy geef ik hen andere namen: een ex Valentijn, twee goeie vrienden: Nan (naar Nan Goldin, de fotografe, niet dat ze decadent is, de dame moet een culturele naam hebben en een dame zijn die ik bewonder), Cees (naar Cees Nooteboom, hij is gek op literatuur) en ik, Katie. 

Het olijke viertal, dat waren we zeker. Allevier in de Gentse Germaanse, allevier ook voor Algemene Taalwetenschap gekozen. Cees en ik lachten ons te pletter met de droge grapjes van professor Willems. Verder lachte eigenlijk niemand. 
Valentijn leerde ik al vrij snel kennen, in Antwerpen woonden we op wandelafstand (hij in de buurt van Sint Vincentius, ik op de Jan Van Rijswijcklaan) en zelfs ons kot was in dezelfde straat. De Holstraat. Valentijn kwam van het Antwerpse Lyceum, ik van de Dams en de Steinerschool op ‘t Zuid. 
Begin oktober begon het academiejaar een maand later waren we al een koppel. Ongelooflijk snel. Groot, Spaans type, slank, heel knap, heel slim, superlief: de onbaatzuchtigheid in persoon. Dag en nacht waren we samen en nooit raakten we uitgepraat. We schreven verhalen, werkten theorieën uit, mijn eerst vast lief die ook m’n beste vriend was, je kan het slechter treffen. 
Algauw kwam Nan in het vizier: gemiddeld qua gestalte (misschien iets aan de kleine kant), superslank, blond, blauwe ogen, intelligent, hypercultureel, aantrekkelijk en Nan heeft smaak! Ze zag er altijd goed uit. Opgegroeid in het Gentse en het toeval wilt dat Nan en ik op dezelfde  scholen hebben gezeten: zij in een Gentse afdeling, ik in Antwerpen. Instituut Dames van Het Christelijke Onderwijs, in Gent heet dit Sint Pietersinstituut. Nan en ik waren besties, een onafscheidelijk duo. 
En dan Cees, hoe kan ik Cees omschrijven, destijds halflang haast zwart haar, redelijk klein, hij had iets Aziatisch. Eerder aan de mollige kant (of eigenlijk doodnormaal, destijds was ik veel te dun, mijn perceptie klopt dus niet), bezeten, bezeten van literatuur, een leuk koppie, verstandig, ultra open minded: geen gedachte ging hem te ver. Een West-Vlaming, bij Brugge. 
Twee Antwerpenaren, een Oost-Vlaamse en een West-Vlaming. Het olijke viertal. 
Cees woont inmiddels bij Amsterdam, Nan in Brussel, Valentijn en ik weer in Antwerpen. 

Haast iedere woensdag organiseerde ik filmavonden. De oude tv, zo’n grote Sonybak, had ik van huis meegekregen en om een of andere reden ook de videorecorder. Mijn ouders wilden toen downsizen, vandaar dat ik ook als een van de weinige studenten al vroeg hun oude GSM had, een grote logge Ericsson. Ik schaamde me er een beetje voor want studenten met een GSM waren verwende rotjoenk. Tot overmaat van ramp had ik ook een studio. Ach ja. Nu is het onbegrijpelijk maar ik weet nog goed dat we met een vriend hadden afgesproken om de allereerste sms te sturen. Dat was een evenement om voor af te spreken. 
Over de filmavonden. Geen idee of de keuze solidair was, eigenlijk denk ik tot mijn grote schaamte dat vooral ik de film koos. Hapje, drankje en cultureel verantwoorde films. Typisch studentikoos. De allerbeste film was voor mij toch wel een Kubrick: Dr. Strangelove en een lange titel die erop volgt. 
We wisselden muziek uit: jazz, Björk. Met Nan gingen we naar musea: dé opening van de S.M.A.K., Nan en ik reden naar Watou. Tegen ons zin deden we dezelfde studentenjob: televerkoop van schoorsteenvegers, jawel. It sounds boring, it was boring. 

Een anekdote: we liepen met ons hoofd in de wolken, waren ons van niks bewust. Met Nan hadden we het plan opgevat om naar een tentoonstelling in Brussel te gaan, zij had een auto (wat het makkelijker maakte). Het weekend ervoor raadde mijn moeder me aan om te lunchen op de Sablon bij Au Vieux Saint Martin. Wat we deden. Zie je er ons al zitten? Als studentjes? We liepen met ons hoofd in de wolken. Met Valentijn ging ik zowel bijna wekelijks naar de Kringloopwinkel als naar het Gentse Pakhuis. Hoofd in de wolken, van niks bewust. Wat eigenlijk wel mooi is. 

Een mooi moment: bijna elke proclamatie kwam m’n moeder naar Gent. Zij zat in de aula, Nan en ik wachtten buiten. Dié ene proclamatie, mijn moeder zei “Yes!” toen ze buiten kwam, had haar kodak in de hand omdat ze wist dat dit een niet te vergeten moment was “Allebei geslaagd.” op dat moment ben ik in Nans armen gesprongen. Die kodakfoto heb ik niet meer, de herinnering  blijft. 

Wie was die Katie toen? Pretty much a wild child. Klein, veel te dun en ja, ‘wild’. Valentijn vond me een Elin uit Fucking Åmal, mijn moeder een Amélie uit La Destin d’Amélie Poulain. Het zal een combinatie van de twee zijn geweest. 
Een studententijd is om van te genieten, het is zo voorbij.



 

zaterdag 16 oktober 2021

when heroes go down


Ik kan me voorstellen dat sommigen het moeilijk vinden te aanvaarden dat Bart De Pauw niet die ideale schoonzoon blijkt te zijn, die guitige scoutsjongen die onze huiskamers binnentrad met ‘Schalkse Ruiters’. Dat men het moeilijk te aanvaarden vindt R. Kelly, ooit een van de populairste artiesten, als een sexual predator te zien. Harvey Weinstein, hij bracht ons Tarantino, in wezen een vooral te verafschuwen persoon. En Jan Fabre. Als tiener vond je me vaak terug in de Antwerpse Singel, ondermeer voor Fabre, voelde me zelfs trots een babysit te zijn van een lieve meid wier ouders op een of andere manier met Jan Fabre werkte. 



Dit soort ‘helden’ heb ik enkel bewonderd om hun kunst (met R. Kelly heb ik persoonlijk niet veel, al erken ik dat hij een belangrijke voetnoot in de popmuziek is), het doet me eigenlijk weinig hen van hun voetstuk te zien vallen. Talent, persoonlijkheid. Not the same. Dat onderscheid moge duidelijk zijn. 
Mijn grootste muzikale held is Prince, mocht het blijken dat hij een eikel was (wat ik denk dat hij NIET was), ik zou het er moeilijk mee hebben maar aanvaarden. 

Anders werd het met Bill Cosby. Triest om toe te geven: zoals ik me op het internet begeef, zou het vrij apart zijn geweest om heel lang voor de rechtzaak die geruchten niet opgevangen te hebben. I did. En heb het genegeerd. 
Hannibal Buress, de komiek die hem heeft geuit, negeerde ik. 
Bill Cosby, Cliff Huxtable: the Great TV-Dad, Bill Cosby, academisch onderlegd in educatie, hij deed veel voor educatie (onder meer in zijn shows), Bill Cosby die de Afro-Amerikanen een positief beeld voorhield en hen (vaderlijk) de les spelde, die man was een van mijn helden. Is dat heldenbeeld zomaar effe keihard van zijn sokkel gevallen. Alsof Mary Poppins the Wicked Witch of the West blijkt te zijn. 

Let’s just say, een van m’n grootste muziekhelden doet deze donkere schaduw iets oplichten: 



donderdag 14 oktober 2021

profiel De Pauw

 Het proces De Pauw volg ik op de voet. Vandaag werd het psychologische profiel van De Pauw geschetst waarbij ontkend werd dat hij een psychopathische narcist is en hijzelf pareerde met zijn autisme. Alsjeblieft zeg. Dit kwam uit een onderzoek van acht uur uit de bus. Alsjeblieft zeg. 
Wel wil ik duidelijk maken dat ik geen weet heb of hij een narcist of psychopaat is. Ik ken De Pauw niet persoonlijk. Misschien ging het slechts om een ziekelijke sms-drang maar het proces zet me aan om ervaringen te delen. 

Had ik enkele blogberichten geleden niet geschreven dat psychopaten (en in mindere mate narcisten) iedereen rond de tuin kunnen leiden?  Zelfs doorgewinterde psychologen, zelfs argwanende rechters. Én zij weten dat. Én zij zijn er trots op. “Ik speel een spelletje met psychologen.” is mij letterlijk gezegd. And yes, he did. Slechts een keer toonde hij zijn ware aard, vertelde het masker van een zorgzame, betrouwbare olifant te dragen maar vanbinnen eigenlijk een vos te zijn. Pèts, daar had je het. Weliswaar gaf hij een mooie crazy uitleg aan de vos waar de psychologe - uiteraard - met beide voeten intrapte. Ik echter niet. Ik ken hem. 
Acht uur een rolletje spelen is voor een psychopathische narcist, narcistische psychopaat peanuts. Ze zouden eerder minstens twee weken lang geobserveerd moeten worden. Mijn psychopaat viel pas na een maand een nacht door de mand. Ze deinzen er niet voor terug om voor de rechter te liegen, me dunkt is dat al in zoveel zoveel processen aangetoond. 
Autisme is net het omgekeerde van psychopathie: een autist heeft gevoelens maar weet niet om te gaan met mensen, een psychopaat heeft geen gevoelens en weet uiterst goed om te gaan met mensen. 

Schreef De Pauw zelf niet: ‘Ik sleur je mee naar beneden, ik ken geen empathie.’? Iets in die trant. Als dàt geen grote bel doet rinkelen. Bijzonder vreemd om zoiets te schrijven. In een onbewaakt moment heeft hij zichzelf geuit als iemand zonder empathie. 
De psychopaat die ik van heel dichtbij kende, deed dit ook op onbewaakte momenten. Op dié momenten moet je letten, niet op de vloed aan mooipraterij. En het slachtoffer van andermans gedrag of omstandigheden zullen ze altijd spelen. 
Ik beweer dus niet dat De Pauw een psychopaat is of narcist, ik stel me er gewoon vraagtekens bij en die mag ik hebben. Die vraagtekens worden alleen maar bevestigd door het proces te volgen. Been there, done that. Heel herkenbare gedragingen. 

Ook vraag ik me af waarom de eega van De Pauw ondanks de publieke vernedering (voor jou ga ik m’n vrouw (en kinderen) verlaten. Tot tweemaal (!) toe overduidelijk geschreven. Bij een zelfs na één (!) week), ik stel me de vraag waarom ze haar man blijft steunen. “Ik vertrouw hem.” 
Ik ken haar niet persoonlijk dus volgende gedachtegang kan verkeerd zijn: 

Ze past in het ideale plaatje waar abusers op jagen: ziet er goed uit, heeft smaak, intelligent, vaak ook een hoger diploma. En makkelijk te beïnvloeden, ze zal je eerder het voordeel van de twijfel geven. Een énorm vertrouwen, pakken meer dan de gemiddelde mens. En ze zal je whatsoeversowhat verdedigen, je beschermen. Ook heel kwetsbaar, kan snel vergeven. 
Een dame waar ze mee kunnen ‘uitpakken’, het perfecte plaatje naar de buitenwereld toe kunnen tonen, een vrouw die hun ego doet strelen. 
Gedurende een half jaar tot een jaar doen abusers alles om hen voor het leven aan zich te binden (of althans tot ze je beu zijn), wat hen vaak ook nog lukt met al hun charmes. De partner denkt niet zonder hen te kunnen. 
Wanneer ze in de ‘val’ zijn getrapt, gaat de abuser rustig zijn gangetje en slagen ze erin het zo te verwoorden dat het allemaal correct gedrag is. Praten ze wat krom is recht. Hij kent zich veel meer privileges toe dan de partner, een absolute onevenwichtige verhouding dus en tóch maken ze de partner wijs dat zij net diegenen zijn die zich minder permitteren. 

Een narcist of psychopaat, heb ik bij de mijne ondervonden, zal altijd iemand vinden die zijn wanstaltige  gruwelijkheden die anderen ten gronde richten zonder enige aarzeling - alsof het op automatische piloot is. Geen greintje denkproces aan voorafgaat - zal verdedigen. Zijn partner of zijn moeder of een beste vriendin. Hoe ze het klaarspelen, I dunno, maar voor het slachtoffer is dit bijzonder kwetsend. “Ik weet hoe de dingen zijn verlopen.” zo vaak gehoord. Terwijl ze slechts een kant, die van de dader hebben gehoord. Wat een denkfout, man. 

Typerend is dat een narcist of psychopaat voor eerherstel gaat, ze zullen nooit schuld bekennen. Ik moest van hem bij mijn vrienden, familie en kennissen vertellen dat hij me niet mishandelde en, integendeel zelfs, de allerbeste, allerliefste is. Schuld zullen ze slechts bekennen als het hen goed uitkomt. 
Maar nogmaals: misschien is De Pauw het ondeugende slachtoffer van een complot. 

Alwéér uit eigen ervaring: zodra psychopaten of narcisten worden aangesproken op hun gruwelijke daden weren ze die bal af en gaat het over een complot. Zij zijn het slachtoffer van een complot dat hen onderuit wilt halen. “Jij wilt mij kapot maken.” “Jullie willen mij kapot maken.” Hoe vaak ik dat gehoord heb. 
Andere keren halen ze uit met een plotse fysieke of verbale agressie. ZIJ KUNNEN ER NIET TEGEN TERECHT GEWEZEN TE WORDEN. 
Maar voor de zoveelste keer, misschien is er in dit proces geen sprake van een karakterstoornis, ik ken De Pauw niet persoonlijk, en is er wel degelijk een complot tegen hem. 

Wel moedig dat zijn eega naar buiten treedt, daar moet je ballen voor aan je lijf hebben. Ook moedig van de slachtoffers om dit publiekelijk aan te kaarten, ook zij hebben ballen aan hun lijf. Sterkte voor beide partijen.