van veel wat

Hello!

Wees welkom op deze pagina. Hij is nog jong, hij is nog fris. Maar we gaan er keihard tegen aan! 


zondag 24 oktober 2021

olijk wezen op de Jan Van Rijswijcklaan


 Leuke jeugdherinneringen, steek je hand op als je je herkent. 
Elisabeth, vind ik een mooie naam, haar werkelijke naam is ook pràchtig. Mooie meid, actrice, regisseuse, inmiddels verhuisd naar Israël. Belachelijk mooie stem. 
En Inkta, ik noem haar zo, vernoemd naar iets waar je mee kan tekenen. Kunstzinnig, kleuterjuf, lieve kleuterjuf! Als kind verlegen, nu niet meer. 
Met Elisabeth en Inkta zat ik op de tekenschool. Iedere woensdag en zaterdagochtend in Berchem. Ik zat op ballet, ging naar de scouts en de tekenschool kon er ook bij. Voor mijn verjaardag had ik een kistje gekregen met tekengerief, en een kaft met papier: als je het doet, moet je er écht voor gaan. 

De tekenschool was in Berchem, te voet een twintig minuten. Toenertijd had ik een jas van Kenzo: ik schaamde me er een beetje voor want niemand had zo’n aparte kleurrijke jas. De duffel-coat vond ik leuker. 

De tekenschool. Ik nam het niet al te serieus: Katie werd een gimmick, ze doet nooit wat er gevraagd wordt. Daar werd echt om gelachen: “Wat ben je nu weer aan het doen?” Tekenen deed ik graag, maar als ik zin had om een olifant te tekenen, dan deed ik dat gewoon. M’n ouders vonden het oké: een kind met een eigen wil. Pas op het unief werd ik ‘geplooid’. 

Inkta en Elisabeth waren mijn vriendinnetjes, na de tekenschool gingen we vaak naar het jeugdtheater op het Theaterplein, het KJT, naar de jeugdbioscoop in de Cartoon’s. Met mijn broer, Max. 
Elisabeth had als kind al gevoel voor drama. Niet verwonderlijk dat ze actrice werd. Inkta was meer bescheiden. Het zijn mijn jeugdvriendinnen. 
Mijn verjaardag valt moeilijk te vieren, een lastige datum. Mijn moeder had hen geronseld om als verrassing te komen. Fanta, Ice Tea, chips op mijn kamer in de Jan Van Rijswijcklaan. 




zaterdag 23 oktober 2021

Gruwelijk verhaal verbonden met live Aid

Dat is my dark side: criminele verhalen volgen, op de voet. Het hoé, waarom: psyche boeit me. Mijn ex, de abuser kon er niet tegen, tegen true crimes. Terwijl hij in real life geweld gebruikt. Hypocriet. 

Kennen jullie Brenda Spencer? Brenda Ann Spencer. Give her some credit voor de wereldhit ‘I don’t like mondays’, hoe luguber dit ook is. 


Brenda Spencer was geen doorsnee tiener. Ze woonde met haar vader, alcoholicus, in San Diego. In armoede. Sommigen zeggen dat ze agressie vertoonde, wat zeker is: haar vader weigerde haar op te nemen voor haar depressie. Brenda was suïcidaal. Ze vroeg een radio voor haar zestiende, ze kreeg een gun. 
Wat er later gebeurde: ze schoot willekeurig op de overstaande school mensen neer. Haar verklaring was: « I don’t like mondays. »

Bob Geldof las dit in een krant en maakte er met de Boomtown Rats hit mee. 

Brenda is nog opgesloten en komt voorlopig niet buiten. Na de zoveelste parole hearing lijkt ze nog geen schuld inzicht te hebben. 

Live Aid, van Bob Geldof, daarna kwam USA for Africa. Mijn idolen van toen: Michael Jackson en Madonna.



Een studie kan tellen

 Onlangs las ik dat het geen zin heeft om te studeren. 
I beg you pardon? I dare to differ. 

Ik begrijp die visie wel: op de uniefbanken voelde ik me, tja, vaak onwennig. Het échte leven speelt zich af, buiten die aula. En ik zit hier, geld te verpesten. 
Na m’n studie: hoe dom was ik met die visie? Die kennis, die kritische geest, het logische denken, die kwamen dankzij universiteit Gent. Diagonaal lezen, in een zwembad geworpen worden en toch bovendrijven, een prof overtuigen. Nog zoveel meer. 
Zoveel profs die me hebben gevormd. Twee voorbeelden: dankzij een prof beschouw ik elke literaire interpretatie goed als ze maar logisch is opgebouwd. Een andere prof heeft me doen nadenken over ons taalgebruik (hij is inmiddels gestorven). Voorbeelden. 
Een studie heeft zin. 



Echtigentig de jeugd van toen

Ik begin straks weer te werken. Inmiddels 41 en tòch zou ik willen dat m’n vader me net als toen bij de hand neemt zoals toen naar het eerste studiejaar. « Komaan, je kan het! » 
Mijn vader nam me meestal naar school, daarna kocht hij een krant: De Morgen. M’n moeder nam me iets later mee op de tram, om te leren alleen naar school te gaan. 
M’n moeder heb ik al veel bloemen toegejuichd op deze blog, m’n vader mag ook wat. 





over kinderdromen

 Biotch! Blogger doet raar. Als de lay-out op niks lijkt: just blame it on Blogger ende Facebook. 

Apart: zowel mijn broer als ik wisten al van kleutersbeen af wat we wilden doen, als we groot zouden zijn. Mijn broer « Kok », de jonge zus zei: « Schrijfster of journaliste. » Ik dus. 
Mijn voorbeelden waren Martine Tanghe, met haar kwam de derde ambitie: Germaniste. Als jonge student een voorbeeld: Anna Wintour. Jong zijn. Denken dat je een Anna Wintour kan zijn. 

Don’t give up on your dreams,: ik héb werkelijk geprobeerd om in die niche te stappen.
Maar ik doe wat ik doe, leerkracht, geniet ervan en hóóp mijn leerlingen ergens het vuur aan te wakkeren. Niet bang te zijn voor ambities en zichzelf te mogen zijn. Het was mijn droom niet, toch vind ik het leuk om les te geven. Kennis overbrengen: raar dat dit niet in mijn jeugdige ambities stond. 

We doen wat we doen! Iedereen doet we ze doen. Is dat zo dom? 😆