van veel wat

Hello!

Wees welkom op deze pagina. Hij is nog jong, hij is nog fris. Maar we gaan er keihard tegen aan! 


zondag 14 oktober 2018

Tussen en van twee steden: Antwerpen, Brussel

Alhoewel ik nu meer dan vijf jaar in Brussel woon, blijft Antwerpen nog steeds de stad waar ik me het meest mee verbonden voel. Het is de stad waar ik ben opgegroeid, waar ik na m’n studies begon te werken. Een Antwerpse in Antwerpen, omringd door een Antwerpse familie. Niet dat ik me niet thuisvoel in Brussel: na de eerste moeilijke maanden waande ik me haast een Brusselaar. Alleen, hoe langer ik in Brussel woon, hoe Antwerpser ik me voel.
Nooit gedacht dat ik zoveel affiniteit zou voelen met m’n Stad aan de Stroom. Immers, in m’n laatste jaren Antwerps middelbaar had ik haast om zo snel mogelijk uit Antwerpen te vertrekken: “Changement de l’air”, noemde ik het. Een snakken naar iets anders. Iets onbekends. 
Als het geheel aan mij had gelegen trok ik naar de universiteit in Leiden om daar Neerlandistiek te studeren. Tja, zover mocht ik niet gaan. Het werd dus een (voor mij) tweede beste: Gent, Germaanse Filologie in Gent.
Anders dan in Brussel heb ik me in Gent nooit thuisgevoeld. Na een jaar Gent was het nieuwe eraf en kreeg ik heimwee naar Antwerpen. En toch, ook al had ik de mogelijkheid om na de kandidaturen te veranderen, I stuck to Ghent. Waar ik achteraf geen van spijt van heb: na vijf jaar Gent denk ik dat ik de stad ook ken. Of althans, hoe ze rond de milleniumwisseling was. Gent was een alternatieve studentenstad toen ik er heen trok en heb die stad hipper en hipper zien worden. In m’n laatste jaar unief leerde ik er de échte Gentenaars kennen hangende aan de toog van de vermaarde Hotsy Totsy Club. 
Door een eerste baan kwam ik weer in Antwerpen terecht. Dat ik uit Gent wou vertrekken stond vast, Brussel leek toen nog een onbereikbare droom: ik sprak amper Frans. Eindelijk terug in Antwerpen nam ik het besluit Antwerpen niet meer te verlaten.


En nu woon ik al meer dan vijf jaar in Brussel. Gent was een bewuste keuze en had nooit het gevoel er thuis te zijn (al geniet ik ervan, sinds ik er niet meer woon, om er te komen, on the verge like: ik zou er best weer willen wonen), Brussel daarentegen is nooit een bewuste keuze geweest en voelde me er na de eerste moeilijke maanden echt thuis.
In die mate dat ik Antwerpen mis in Brussel en Brussel in Antwerpen. Voel me als een kid tussen twee cities.



zaterdag 18 augustus 2018

Een eigenzinnige top 38 artiesten

Om alweer eens in herhaling te vallen: hier een lijstje van m’n favoriete artiesten. Sommige artiesten zijn net uit de boot gevallen omdat ik hun werk niet voldoende ken. Anderen staan er terecht niet in. Maar volgende artiesten ken ik best goed en vind ik meer dan geweldig:

1. Prince
2. Parliament/Funkadelic
3. Stevie Wonder
4. Daft Punk
5. Sly and The Family Stone
6. Michael Jackson
7. The Supremes
8. The Rolling Stones
9. Aretha Franklin
10. Jimi Hendrix
11. Grandmaster Flash and The Furious Five
12. The Beatles
13. Chic
14. Nina Simone
15. Eric B and Rakim
16. Bob Marley and The Wailers
17.  Madonna
18. Massive Attack
19. Marvin Gaye
20. David Bowie
21. N.W.A.
22. Paul Simon/Simon and Garfunkel
23. Pharrell Williams
24. Whitney Houston
25. Diana Ross
26. Billy Joel
27. Earth Wind and Fire
28. ABBA
29. Pink Floyd
30. Janet Jackson
31. Led Zeppelin
32. Björk
33. The Doors
34. Snoop Dogg
35. Erykah Badu
36. Dr. Dre
37. Jamiroquai
38. Kendrick Lamar


Miss Aretha Franklin. Respect

Donderdag 16 augustus, net wanneer the Queen of Pop, Madonna, 60 kaarsjes uitblies, zwaaide de Queen of Soul, Aretha Franklin ons gedag. Rot. Alweer een legende, een icoon die heengaat.
Tot voor kort koesterde ik nog de stille hoop haar ooit live te mogen bewonderen al sijpelden de verontrustende geruchten van een ernstige ziekte binnen. Ook toegeven, ze zag er de laatste tijd niet goed uit maar soms blijf je je aan alleen hoop vasthouden.
Aretha Franklin is een van de artiesten die ik vooral ontdekte tijdens m’n studentenjaren. Een mooi lijstje is dat: P-Funk (Parliament/Funkadelic), Sly & The Family Stone, Stevie Wonder, Prince, het jaren ‘60 werk van The Rolling Stones (later werk was ik al bekend mee), Grandmaster Flash & The Furious Five, NWA, Eric B & Rakim, Snoop Doggy Dog, The Supremes, Ella Fitzgerald, Billie Holiday, Chet Baker en dan Aretha Franklin (misschien vergeet ik nog een aantal artiesten die ik toen vooral heb ontdekt). Haar collectie met 60’s hits behoort nog steeds tot m’n favoriete albums.

Aretha Franklin had een powervoice, een emotionele voice, wat zij zong, raakt je. Haar fenomenale talent waarop zij songs interpreteerde, volledig zich eigen maakte en vaak naar een hoger niveau tilde is one in a million, billion gegeven. De ongetwijfelde Queen of Soul heeft ons zoveel briljante muziek gegeven waar we ons vol bewondering en ontroering in kunnen wentelen. Thanks, Miss Aretha Franklin. R.E.S.P.E.C.T.


woensdag 20 juni 2018

Japan! Brazil! (2)

Jaren en jaren geleden, meer dan vijf jaar terug, schreef ik op deze blog dat het mijn droom was om ooit naar Japan en Brazilië te reizen. Brazilië een droom sinds m’n studentenjaren: Bossa Nova (!), Japan sinds ik als een blok viel voor animé en manga. Nog wat later kon ik er Zuid-Korea aan toevoegen, want daar hebben ze K-Pop. Maar bovenal toch Japan en Brazilië. Ondertussen heb ik Japan twee keer bezocht, ik dacht: 1 keer is niet genoeg (2 keer eigenlijk ook niet), en heb m’n ticket naar Brazilië. En in Zuid-Korea heb ik trouwens ook rondgewaard. Je kan moeilijk zeggen dat ik niet weet wat ik wil.
Maar eigenlijk waren het Tokio en Rio de Janeiro die me beiden als geen andere steden wisten te fascineren. En nu ik me de laatste weken meer vastbijt in Rio de Janeiro verbaast het me hoe verschillend die twee steden zijn. Of liever gezegd, ik bedoel: verbaast het me dat ik door die twee zo totaal verschillende steden zo gefascineerd kan zijn. 



Tokio: is een extreem georganiseerde metropool. Think Deutsche Pünktlichkeit und Gründlichkeit in het veelvoud. Het is een van de meest stedelijkste steden ter wereld (zoniet de stedelijkste), een metropool van miljoenen en miljoenen mensen op een mierenhoop en toch heel monocultureel: als je voorbij de centrumwijken (en wijken zijn daar steden) als Shibuya, Shinjuku, Akihabara etc. gaat, tref je er bijna uitsluitend Japanners aan. Voor een West-Europeaan is die monocultuur best een cultuurshock. 
Ook: Japanners zijn verder tot in de puntjes verzorgd, je ziet ze niet in sweatpants of zwemshort over straat lopen, tenzij het extreme coole sweatpants of zwemshorts zijn. Ze zijn nooit luidruchtig, tonen geen extreme emoties naar de buitenwereld toe. 
Rio de Janeiro (naar wat ik hoor en lees): is een ongeorganiseerde metropool. Ik ben nog niet vertrokken en m’n hotelboeking bezorgde me al enkele dagen kopzorgen. Of kijk alleen maar es hoe de stad is opgebouwd: ongerepte natuur tussen grootstedelijke wijken en dit zonder enige échte planning lijkt het wel. Men heeft me verteld dat het vooral een ruwe stad is. Haha, en Tokio is zo clean, in menig opzicht. Wat voor mij dan geen cultuurshock zal zijn is de multicultuur. En anders dan Japanners lijken de inwoners van Rio de Janeiro altijd op weg te zijn naar het strand of de Sambales. Zuiders en expressief. 
Het verschil uit zich misschien het best in de muziek: J-Pop is ingenieuze pop, duidelijk gemaakt vanuit het verstand. Heel anders dan Braziliaanse pop die warm aanvoelt, duidelijk gemaakt vanuit de buik, het gevoel. Ik hou van beide soorten. 
Hopelijk zijn Brazilianen op hun eigen manier net zo leuk als Japanners. 




zondag 3 juni 2018

Johan Taeldeman, andere profs en mijn Gentse studentenjaren

20 jaar geleden. 20 jaar geleden was ik een laatstejaarscholier die een studiekeuze ging maken. 20 jaar, dat zijn zoveel jaren en toch lijkt het zo nabij. Dat ik naar de VUB ging, een VUB-glas kreeg op de infodag. Of naar de universiteit Antwerpen trok. Studeren in eigen stad. Ja, ik ging universiteit doen, dat hadden journalisten me aangeraden, het toenmalige PMS (nu CLB) en de school. Universiteit zou ik doen, ik twijfelde enkel tussen wat. Mijn droom was Germaanse. En studeren in
Gent. Sinds lang. Maar ik dierf niet. Germaanse had toen een joekel van een reputatie. Laat staan in Gent.

G


Ik had uiteindelijk besloten om Communicatiewetenschappen in de VUB te doen. Leuk, boeiend en uitdagend. Tot ik een klasgenootje toevertrouwde: “Ik zou eigenlijk het liefst van al Germaanse in Gent doen maar ik durf niet.” Ze schudde me wakker: “Stefanie, doe dat gewoon, als je het niet probeert ga je er spijt van hebben.” En dus zo geschiedde: zo vond ik me terug op een opendeurdag Germaanse in Gent en wist: dit ga ik doen.
Soms, zo nu en dan es, kom je van die personen tegen die je zo begeesteren dat je een nieuwe weg gaat volgen. Een van die personen was voor mij professor emeritus Johan Taeldeman. Op de infodag had hij de taak om ons hoopvolle toekomstige studenten Germaanse angst in te boezemen. In die taak is hij hoegenaamd niet geslaagd. Hoe kon hij ook: lacherige ogen, vrolijke kerstmanbuik, de baard van Sinterklaas, een stem die vol galmde door de aula. Ik kon niet wachten om les van hém te krijgen.

Het eerste jaar viel tegen. Ja en nee. Het middelbaar had ik al fluitende gehaald en wist hoegenaamd niet meer hoe ik moest studeren. Mijn zelfvertrouwen stond ook op een onbestaand laag niveau: je moet toch slim zijn voor universiteit? Wie denk ik wel dat ik ben? Weinigen halen de eerste twee jaar universiteit zonder ook maar iets te studeren. En ik sukkelde, vooral met Engels. Tot m’n grootste verbazing (lees verheugenis) wist ik er nog een IAJ uit te slepen: enkel gebuisd voor Engels. Gemiddeld meer dan 50 of 60 en 3 buispunten  (Engelse Taalkunde 8, Engelse Letterkunde 9. Of omgekeerd). Ik begon opnieuw met m’n IAJ- combinatiejaar en ruilde Engels in voor Zweeds. En dat ging wonderwel.
Walter Prevenier, Magda De Vos, Klaas Willems, Luc De Grauwe, Johan Braeckman, profs die een indruk achterlieten. Profs die een moeilijke droge materie helder konden overbrengen. Al bleef ik wel weg uit de lessen Syntaxis (zinsontleding) omdat Magda De Vos de gewoonte had je er uit te pikken in een volle aula om een vraag te beantwoorden. Ik begreep niks van syntaxis en koos ervoor om niet publiekelijk voor schut te staan. Tot ik de cursus vastnam en syntaxis het beste werd wat ik kon.



Na m’n eerste kandidatuur had ik een hoge pet van de vakgroep Nederlandse Taalkunde. En Johan Taeldeman gaf de vakgroep evenveel glans. Van Sinterklaas of de kerstman (zo noemde we hem soms) kreeg ik les vanaf de 2e kandidatuur. Alhoewel Anne Marie Musschoot bij de vakgroep Nederlandse Letterkunde ook een professor is die me wist te boeien, Walter Waterschoot hilarisch leuk Middeleeuwse literatuur kon overbrengen, is professor Taeldeman de persoon die me deed besluiten om helemaal voor taalkunde te gaan. En dat zegt wel wat als je weet dat ik Germaanse koos om de literatuur en de taalkunde er, och wat, ging bijnemen.
Zweeds liet ik vallen en ging voor ATW (Algemene Taalwetenschap) in m’n licenties. Blij toe. Bart (een studiegenoot en toen een van m’n beste vrienden) en ik lachten ons een kriek bij de droge humor van Klaas Willems. Maar alleen wij zaten ons achter onze bank te verkneukelen.
Verder in de licenties volgde ik bijna al mijn keuzevakken bij de progressieve professor Van Schoor: Kunst, Film en nog es Kunst. Video Art, name it. Film en Video Art waren toen nog een “verse” academische discipline. Maar heerlijk om les te krijgen in een filmzaal. Hij heeft m’n liefde voor Stanley Kubrick aangewakkerd.

Waarom ik dit blogbericht schrijf: ik ben heel laat te weten gekomen dat professor emeritus Johan Taeldeman is gestorven. Hij heeft zo’n indruk op mij achtergelaten dat ik het niet kan laten een blogbericht te schrijven over hem, z’n collega’s en m’n Gentse studentenjaren. Ik ben Johan De Caluwe nog vergeten, en waarschijnlijk nog andere profs die mijn nieuwsgierigheid wisten aan te wakkeren.
Maar in elk geval: Taeldeman was a boss.